WOW, We Were Whale Watching!!!!!
Na een heerlijke nachtrust in complete stilte vroegen wij ons voor dinsdag 11 oktober af of het een mooie dag zou worden. Het moest en het zou. Het moest vanwege het weerbericht: voorlopig laatste zonnige dag. Het zou vanwege ons plan: een ultieme wens. De Atlantische Oceaan op om een queeste naar whales te maken. Onze laatste kans, want woensdag is regen voorspeld, net als voor donderdag, de dag waarop we naar huis reizen.
WOW
WWW = WERE WHALE WATCHING!!!!!
En we zagen ze, een koppel humback whales, van heel dichtbij, spuitend en proestend, onverwachts boven komend, dan weer onderduikend, de punt van onze boot besnuffelend, vet, cool en te gek.
Vier uur zijn we vanaf de MacMillan Wharf op de Dolphin VIII onderweg geweest. Het was groots. Machtig mooi weer, machtig mooie belevenis. Wat een enorme zoogdieren, vreedzaam in hun waterkommetje levend.
Als toetje vond ik ook nog bijzonder dat bij terugkomst vlak voor de kust van Cape Cod zicheen 'kleintje' vertoonde. Onze gids en walviskenner Liz - leuke meid met prima deskundigebabbel - noemde de naam van het dier(tje) dat zij en ik zagen - velen misten het moment -maar die naam ben ik kwijt. Ik ben ook zeker geen kenner.
Na Niagara Falls was dit opnieuw een 'once-in-our-lifetime'-experience. WOW, WOW, WOW.
Weet je, fotograferen als amateurtje op een dergelijke schuit met tientallen overenthousiaste - soms zelfs orgasmekreten slakende dames, nou ja, dames- is een lastige opgave. But we can say: 'We 've got him! We 've got the whale, zijn staart, zijn rug, zijn snuit. Gespot, vastgelegd op de kiek. Great, great, great.
'Kaap Kabeljauw' steekt als de gekromde arm van een gespierde man in zee.Sommigen zien er ook de vorm van een lobster in, maar die hebben er wellicht te veel gegeten. Rond Cape Cod hangt in ieder geval een bijna mythische sfeer. Je vindt er liefst meer dan vierhonderd kilometer wild en eenzaam zandstrand, een groot deel slechts beschikbaar voor eigenaren en huurders, eigenlijk te gek voor woorden.
Onze dinsdag 10 oktober begon heel rustig, na een rit langs de kust over de 6A bereikten wij op onze slofjes het Pilgrimmonument en -museum in Provincetown. De klim in de 75 meter hoge Toscaanse toren - een wandelingetje van ruim tien minuten over 116 treden in strijd met de zwaartekracht, geen lift aanwezig, dus weer: this is (not) America - resulteerde in een fraai vierzijdig uitzicht. Bij heel helder weer zou Boston zelfs te zien moeten zijn, dat is ons niet gelukt (leesbril vergeten).
P-town is inderdaad bijzonder. Kinky, trendy, weet ik veel welke termen je er tegenaan mag/moet gooien. In ieder geval is het heel apart. Volendam en/of Fremantle zijn er niets bij. Winkeltjes, galerietjes, cafe's, restaurantjes, speelholen, theatertjes. De meest gekke dingen, zaken, aankondigingen en vooral vreemde types. Je zou er bijna voor vluchten als je je niet in zo'n tolerant sfeertje zou voelen. Het kan allemaal, inclusief de aanwezige overdosisuit dezich flink doen geldende gay-scene. Dan 'zien' je dus nog eens wat, maar durf je geen foto te maken.
We eindigden onze enerverende dag met een wandeling door dit crazy oord, schilderachtig en daardoor ook in de herfst nog drukbezocht. Zomers moet het hier (en overal op Cape Cod; dertien miljoen bezoekers per jaar) een volstrekt gekkenhuis zijn. Provincetown zelf heeft 3.600 inwoners. Nog voor de eerste wereldoorlog was het Amerika's bekendste kunstenaarskolonie.In Commercial Street - de straat where the action is - verwenden wij ons na de frisse boottocht met een frisse ijsco. Daarna lieten we de vermakelijke en bizarre figuren van allerlei soort achter ons en keerden terug naar Eastham, ons honk onder de naam van Captain Quarters, waar mrs. Helenover ons waakt.
Het einde van onze magnifieke reis is in zicht. Het kan nu al niet meer stuk. Opnieuw gaan we lekker, vooral tevreden en voldaan een tukkie doen. Dromen over een oceaan met blauwe golven, waar af en toe een grijze onderzee'er de kop opsteekt en een signaal met zijn misthoorn afgeeft: de majestueuze WHALE!
(O jee, nu heb ik mijn camera in Provincetown laten liggen. Zal ik hem ophalen, of niet? Erna heeft gelukkig ook foto's gemaakt, dus ik denk er nog even over na).
Providence verrast, en nog meer
Ik was jullie nog een verhaaltje verschuldigd uit Bennington, waar op 16 augustus 1777 een stevigebattle plaatsvond. Na een flink ontbijt in de Main Street van dit historische plaatsje in ontbijtcafe de 'Full Belly' (hoe verzin je die naam) stegen wij zoals eerder vermeld op in de 93 meter hoge gedenknaald ter plaatse. We waren niet alleen, moesten keurig in een rijtje wachten, want het antieke liftje bood naast de liftboy slechts plaats voor acht passengers. Humoristische Amerikanen, waar 'liftboy' Bernie Bourgeois wel mee wist om te gaan. 'Ik sta hier elke dag in deze beperkte ruimte (zeg een bij twee meter), maar ik ontmoet people from all over the world'. Waarop zo'n humorvolle Yank riposteert met: 'Some of them you like, some you don't, isn't it?'.
'O yeah', isBernie's antwoord. 'But I have one question for you. How many stones, you think, they used to finish this monument?'.
One said: 'About 40.000'. Another one: 'O no, much more. I say 300.000'.
Bernie smiled his smile. 'Just ONE, you know! I asked to FINISH it, didn't I!'.
Zo had ik in het postkantoortje van Bennington ook een grappige ervaring. Wachtend in de rijop mijn beurt om wat postzegels te kopen, ving ik op dat de loketbeambte juist op deze dag jarig was. Toen ik dus aan de beurt was, zei ik: 'Hi sir, how are you today? Congratulations with your birtday!'.
Weet je wat de grijzende, grijnzende grappenmaker zei? 'Thank you, mister. Just one more year and I can buy myself a bottle of beer legally' (Hij moet vandaag zo dik in de vijftig geworden zijn, als hij al geen 60+ is). Je moet wat van je dag maken, nietwaar, als je in je uppie zo'n balie met van alles en nog wat op postgebied bestuurt. Ik moest in ieder geval om hem (glim)lachen.
Keren wij terug naar Providence, dat door Providence River in twee'en wordt gedeeld. Het centrum ligt op de westelijke oever, College Hill met een groot aantal 18e eeuwse huizen in het oosten (waar onder Benefit Street). Aan Benefit Street's Mile of History staan meer dan honderd huizen die in stijl vari'eren van koloniaal en Federal tot neogrec en Victoriaans. Het westelijk van de rivier gelegen centrum heeft diverse opknapbeurten ondergaan. Sinds 1983 is er bij elkaar een miljard US-dollar in gepompt. Daardoor is met de historische gebouwen, het groen, de voetgangersgebieden en de markten een levendige kern ontstaan met een zich ontwikkelende kunst- en amusementswijk.
In het groene westelijkedeel ontdekten we bij het 'Station' met gebruik van een kopje koffie op een buitenterras de enorme drukte van veelal in roze outfit gestoken jongeren, die een sponsorloop onder de naam van Gloria Gemma ter lengte van vijf kilometer door de stad aflegden. Het geheel was bedoeld in de strijd tegen de kanker. Wie die Gloria was, hebben we niet ontdekt.
Providence was een geweldige ontdekking als tussenstop op onze route. Erna genoot opnieuw bijzonder van een fraai museum, waar we - ik kon dus zeer meegenieten - naar eigen wil toegang voor mochten betalen (in plaats van normaliter 9 dollar voor een adult en 8 dollar voor een senior, which is me!). Dat is iedere zondag bij binnentreden voor elf uur a.m. de regel, een GOUDEN regel voor Hollanders, ha ha. Moderne kunst met impressionisten (Monet, Manet,Renoir, Rodin), een turkooise hippo (Erna kocht zijn ansichtkaart), Rietveld en Winslow Homer again, voor weinig geld (wel wat, hoor). En boe-ken-leg-gers, echt bijzondere.
Daarna sjokten we in de hitte door Benefit Street met zijn bijzondere huizen, en testten we onze kuiten omhoog naar College Hill waar we in College Hill Cafe koffie en eensandwich gebruikten. Het College Green van de universiteit, een soort parkje, ademde drukbevolkt met liggende, luierende, lezende, liefhebbende, lamentabele enlekkerbekkendeleerlingen een lelaxt sfeeltje uit (er waren ook veelChineze leellingen, en een Zwitserse studente waar we een babbeltje mee maakten).
Terugkerend naar onze rental auto in de North Garage (level 1, laan 5) bij The Westin op Emmett Square liepen wij door een ander parkje vlak langs de Providence River. Laat daar nu net de 'Commemoration of the life, death, pardon and legacy' van John Gordon door de Ierse gemeenschap van Providence plaatsvinden. Van half drie tot over half vier p.m. werd onder een stralende zon veel gesproken en helaas korter gemusiceerd op de plek van the Rode Island Irish Famine Memorial, gesponsored door het R.I.I.F.M.C. (zie hiervoor, de C. staat voor Committee).
John Gordon was een arme, Roman-Catholic Ier, die met zijn ouders, broers en zus naar de VS was ge'emigreerd. Hij is 166 jaar geleden onschuldig ter dood veroordeeld (vonnis op 14 februari 1845 voltrokken) en ontving zodoende van de jury een 'stukje grond van zes bij drie feet' (zijn laatste rustplaats). In juni 2011 kreeg John Gordon zijn 'Pardon by the Governor'.
Na een welkomstwoord van dr. Donald Deignan (nooit van gehoord) spraken achtereenvolgens dr. Patrick T. Conley, Peter F. Kilmartin, Peter Martin en Ken Dooley (ook nooit van gehoord) hun herdenkingswoordje waar geen einde aan leek te komen. Gelukkig was de middag stralend en de rivierin rustige kabbelstand. Daarna werd de 'Gordon Flagstone' door laatstgenoemde drie personen onthuld. Een uitgenodigde zanger ('Garda'?) speelde op gitaar 'The Fields of Athenry'.
Wij genoten op onze manier van de rust van dit bijzondere schouwspel langs de rivier. Hoewel uitgenodigd gingen wij nietmee naar de receptie na afloop in O'Rourke's Pub in Pawtuxet Village te Warwick. Wel keuvelden we nog wat woordjes met enkele dametjes op leeftijd van Ierse origine, die bijzonder gelukkig waren ons Hollanders met zo'n prachtige reis in Providence te hebben ontmoet en gesproken. 'O dear, o dear, how wonderfull', sloegen zij hun handjes tegen hun verbaasde mondjes. Erna genoot zelfs het voorrecht om met een 'Ierse' Korea-veteraan, die zijn arm spontaan om haar schouders legde(o jee, o jee), op de foto te gaan. Medaille verdiend, Ernie.
Bij het avondeten naast ons Motel ontmoetten ene Adams en ene Samuel elkaar aan de bar. En ja hoor, zij bestelden een Samuel Adams. Mr. Adams en zijn vrouw hadden hun dochter in Seekonk zien deelnemen aan een stockcar-race. Dat deed dochterlief gedurende het seizoen elk weekeinde. Haar vader is eigenaar van de stockcar(?) en volgt zijn dochter met moeders ieder weekend op de voet (op het gaspedaal).
Met duim en wijsvinger gaf Adams aan dat de hobby hem een lieve duit kostte. Grijpstuivers zelfs. Serveerster Brady lachte ons vanachter de tap als een Amerikaanse comedienne menigmaal toe. Zij droeg een donkergekleurd T-sportshirt met in grote cijfers het nummer 12 op haar brede rug en borst(en). 'Tom Brady is the very best', stelde zij keer op keer met volle overtuiging. Ik weet nog steeds niet over wie en welke tak van sport zij het had, maar zij was superfan van haar idool.
Vandaag, maandag 10 oktober, is verlengd weekend voor veel Amerikanen. Een extra vrije dag vanwege Columbus Day. Aan de kusten van New England zal het zeer druk zijn, want de zon schijnt nog steeds uitbundig en de temperaturen lopen tot recordhoogten op. Het tv-weerrapport meldt trouwens dat Florida onder stormen en slagregens gebukt gaat, net als de VS-westkust, dus kijken wij handenwrijvend van plezier toe. Hebben wij dus (eindelijk) even mazzel, ook al heeft een onbekende dader (insekt?, food?) zowel bij Erna als bij mij voor enige vreemde rode bulten/bultjes gezorgd. Het jeukt soms, dat is minder plezant. En ik heb er een op mijn geschonden aangezicht, ophet puntje van mijn neus dus.
Vandaag zit ik op het puntje van mijn stoel. Het bezoek aan Providence was een welkome verrassende ervaring. Inderdaad betrof het een stad waar je als toerist niet aan voorbij moet gaan. Nu laten wij op weg naar Cape Cod in ons keuzepakket Newport met zijn overdadige historische rijkdom van huizen als kastelen aan onze neuzen voorbijgaan. Wij koersen aan op de brullende branding voor de kusten van Orleans en Eastham, zoals de uiterst vriendelijke Ierse dame ons gisteren allerhartelijkst uitlegde. 'Vergeet vooral niet bij de Portugees vis te gaan eten', tipte zij ons. Bij het woord lobster haalde ze eigenlijk haar neus een beetje op. Niet dat zij dat echt deed, daarvoor was ze veel te statig. Maar zij mompelde wel iets van: 'Lobster is lobster'. Veelzeggend genoeg.
Well, it is a long way on Cape Cod. The sun is shining, the season ended. Maar wij vonden onze plek in Eastham, in Captain Quarters, waar een vriendelijkeHelen ons ontving en de weg wees. Heerlijk rustig, verhoudingsgewijs goedkoop, met ontbijt, internetgebruik en vrij koffie en frisdrank op elk gewenst moment. Wat wil een mens nog meer? Nou ja, de vermoeienis van zo'n indrukwekkende reis even eruitranselen, Dus op naar de stilte van de kust, waar het heerlijk zitten, bijkomen, uitademen en genieten is. Helaas duurt het te lang voor het 'sunset' is (schijnt hier heel mooi te zijn), maar voor vandaag houden we het bijtijds, na een heerlijke maaltijd voor gezien. Morgen roept Provincetown (P-town, zoals ze hier zeggen), vanwaar wij mogelijk aan whale-watching gaan doen. Of niet, we zien wel. In ieder geval zien we af van een bezoek aan Nantucket of Martha's Vineyard. Kost veel tijd, weer autorijdenin de hitte (komt een beetje de gekwetste neus uit), etc., en Cape Cod als eiland op zich, ook al noeme ze het geen eiland,is al geweldig genoeg.
So you will hear from us again soon. Jullie liggen nu (drie uur 's nachts, hier negen uur p.m.)al ruim te, en wij gaan zo dadelijk slapen. En we zijn heel blij: Helen heeft ons een rustige kamer beloofd. Dat zal lukken, daarvan zijn we overtuigd. Want dat tref je dus niet overal, h`e!Make love, no war. Love andpeace from Kaap Kabeljauw.
Providence verrast ons zeer
Op vrijdag 7 oktober kwamen we matig uit. Langs en door Hartford kwamen we tegen zevenen p.m. in Manchester, laat voor ons doen, het begon al te schemeren. Erna ontdekte het enige motel oostwaarts op onze zoektocht, blij toe, want zaterdags bemerkten we dat het na middernacht zou zijn geworden voor we een volgende zouden tegenkomen. Dus waren we tevreden, al was het wat ons betreft helaas een agganebbisj motel, niet fris en (on)gure types in de buurt. We hadden al een keer eerder een 'nachtelijke danspartij te bed' bij de naaste muren beleefd, dwars door de dunne wand, en dat gebeurde ook ditmaal. Het ging nu alleen niet gepaard met de 'vocals van de lady in question' (so to say), if you understand what I mean. Gelukkig en tot onze opluchting bleek zaterdagochtend alles okay. We verlieten Manchester met grote spoed, zonder dat ik tijd vrijmaakte voor een speurtocht naar het stadion van MU (Manchester United) noch naar dat van MC (Manchester City). Het zou te lang duren (en vergeefs blijken, ha ha).
Gauw Manchester in de vergeethoek, en op weg naar Providence (152.000 inwoners). Onderweg dronken we koffie met twee vorstelijke muffins in een alternatief Caf'e (Victoria Station Cafe) in Putnam. Providence zelf bood geen schijn van kans op een gepast hotel (only expensive-ones). So what to do? Doorrijdend kwamen we in Seekonk, waar opnieuw een Motel6 zijn deuren voor ons opende. Voor de zekerheid twee nachten geboekt, het weekend met aansluitend Columbus Day (vrije dag voor veel Amerikanen) was immers begonnen. Zaterdag en zondag zien wij ons wel te vermaken, dan hebben we maandag tot en met woensdag voor Cape Cod. Dat moet lukken, lijkt ons.
In The 99 Bar nemen we een hapje en een drankje, het is 13.00 uur, we hebben de hele zaterdagmiddag voor ons, die we op ons gemak doorbrengen.
Providence is verrassend, schitterend, zelfs bij bloody hot weer, en dat is het! In het centrum vinden we zondagochtend vrij gemakkelijk een plek in de parkeergarage in het centrum (10 dollar voor de hele dag). De stad ligt aan de drukke Interstate 95, ingeklemd tussen Bostonen New York, en wordt door toeristen vaak over het hoofd gezien. Ten onrechte en jammer voor de stad, want Providence is gezegend met een rijke geschiedenis, die het verkennen waard is. Bovendien, het ligt op zeven heuvels. Waar hebben we dat meer gehoord? Nijmegen? Lissabon? Wij gingen met de benenwagen de boel verkennen, downtown, uptown, downtown, uptown ... En heet dat het was, maar de inspanning waard. Die nadere uitleg komt nog, want nu ben ik moe. Het is weer erg warm, we zitten op Cape Cod, hebben accomodatie gevonden, in Captains Quarters, zo'n twintig mijl voor Provincetown, en mogen NU onze kamer betrekken. Wij gaan vakantie houden, tot binnenkort.
Grandma Moses and a whole lot of mooses
Noem vandaag gewoon de 'Battle of Bennington'. In Bennington vonden we zonder slag of stoot de Kirkside Motor Lodge om in muffe geuren de nacht door te brengen. De plaats ligt verscholen in de zuidwesthoek van het Green Mountain National Forest, aan de grens met Massachusetts en New York State.
We bezochten hier vroeg in de morning, het was nog frisjes, een enorme stenen obelisk, het 93 meter hoge Bennington Battle Monument, dat zich hoog boven het district uit verheft. Het werd in 1891 gebouwd, toen het grootste oorlogsmonument ter wereld. De obelisk herdenkt een slag in augustus 1777: koloniale strijdmachten tegen het Britse leger enzijn bondgenoten. Per lift togen we naar boven, vanwaar we een schitterend panorama over Vermont, buurstaat New York en Massachusetts hadden.
Turbulente tijden van de Revolutie komen ook tot leven in het Bennington Museum and Grandma Moses Gallery. Er hangen tientallen schilderijen van de beroemde na'ieve kunstenaar Anna Mary 'Grandma' Robertson-Moses (1860-1961), een boerin die met landschapsschilderen als hobby begon toen zij al in de zeventig was. In 1961 overleed zij op 101-jarige leeftijd, ze had zo'n 1.600 kunstwerken op haar naam (Cor: Erna wilde hier heel erg graag ook naartoe. Ik denk te weten waarom. Zij dicht jou de haalbaarheid van de status van deze Granma ook toe. En ik ben het dikmet Erna eens, zoals altijd ... ha ha).
Verder gingen we aan de rand van Bennington naar het 'Covered Bridge Museum' (Museum of Art en Covered bridges in de volksmond), waar een paar karakteristieke bruggen en elanden in verschillende uitdossingen staan. Vernuftige bruggen, waar er in Vermont ooit zeshonderd van stonden, discrete schuilplaatsen voor verliefde stelletjes (wat een gezoen vond daarplaats!). Nu zijn er nog honderd van die bruggen over (waardoor het gezoen in Vermont enorm is teruggelopen). Daar staat tegenover dat hier een enorm aantal kleurrijke elanden pas op de plaats maken (nee, die zoenen niet, ze staan eenzaam en alleen op opvallende plaatsen in de stad). Erna is heel Bennington doorgewandeld - ik kon haar haast niet bijhouden - waarmee ze er 28 telde.
Ik kan nog een aantal grappige ervaringen verhalen, maar heb daarnu helaas geen tijd voor in de bieb van Millerton. Eventjes vergat ik mijn concentratie, sprak iets te luid tot Erna, en ogenblikkelijk keek een mede-computteraar met boze, verstoorde blik om om mij duidelijk te maken dat ik hier niet thuishoorde. Wij reizen nu, 16.30 p.m., onmiddellijk door om verderop naar het zuidoosten een slaapplekkie te vinden. Zal niet meevallen, want het weekeind is begonnen en het is - zoals de hele dag - weer schitterend, stralend weer geweest (met koude nachten).
Hartelijke groeten van ons beidjes, vooral al onze trouwe lezeressen. Bye, bye, P&E
Maid of the Mist
'Hi guys, how're you?'. We are SUPERCALLIFRAGILISTICEXPIELLADOCIOUS, ik weet niet hoe je het schrijft, maar wel hoe je het uitspreekt, sterker uityellt. We hebben Niagara Falls gedaan, een tremendous experious. Het was net een enorme douche: erin, erom, erop, erover, ernaast, aan de ene kant (USA), aan de andere kant (Canada), en tot slot ook nog eens vanaf grote hoogte, niet via de helicopter weliswaar, maar vanuit het uitzichtsdek van de door Corien aanbevolen Skylon-Tower.
Wat een marvellous avontuur allemaal. FAN-TAS-TIC, for once in your lifetime.
We hadden een goed motelletje op ca. 6 miles distance, we genoten onze vorstelijke salade tot twee keer toe in Hard Rock Caf'e Niagara. We waren namelijk de avond tevoren al ter plaatse om de Falls in vloedlicht (Amerikanen noemen het floodlight) te zien, ook zo'n bijzondere ervaring. En guess what? We hebben allebei ons bordje leeggegeten, al had normaalgesproken een hele famillie er een paar dagen van kunnen genieten. Ook het regionale biertje, genaamd 'Buffalo Lager' (1,2 of 3, I don't remember) smaakte puik.
Het enige minder prettige geluid kwam van de Canadees naast ons aan de bar. Hij vertelde dat een Chinees meisje van 17 jaar met haar paraplu boven haar hoofd tegen de Mist van de Falls op de foto wilde. Zij sloeg zittend op het hekwerk een been over het hek, toen sloeg de wind toe, en twee dagen later werd ze gevonden. Net zo'n triest verhaal eigenlijk als het historische dat in de boottocht werd verteld, maar dat hebben we door al het watergeweld en bijkomend tumult niet echt goed kunnen volgen. Het zijn vooral Aziaten (Chinezen, Indi'ers) die in grote getale, busladingen vol, de USA aandoen. Ja ja, China en India, grootmachten in wording.
Dat verhaal behorend bij de Falls-boottocht vertel ik een volgend keer als ik de boel - anders dan op dit moment - weer een beetje op een rijtje heb staan. We zijn namelijk best een beetje moe van een autorit Niagara Falls naar Bennington (Vermont), aan de rand van de Berkshires again,
ongeveer 330 mijlen (= bijna 530 kilometer), weliswaar het grootste deel over Insterstate 90, maar toch.
In ieder geval kunnen we stellen dat we tot het rijtje beroemdheden horen die Niagara Falls hebben bezocht, zoals enkele VS-presidenten, Rusland-president Michael Gorbatsjov, Marilyn Monroe, Brook Shields, Corien Heersema, om een aantal prominenten te noemen.
Op naar de volgende stap in de laatste week van onze avonturentrip door New England. In het verschiet ligt morgenochtend het Museum van Grandma Moses hier in Bennington, daarna onder meer Newton (Rhode Island) en het nu al onvergetelijke Cape Cod (dat zeggen de Amerikanen steeds tegen ons, ook FAN-TAS-TIC) met Nantucket, Martha's Vineyard en de megalobsters aldaar als grootste uitdaging.
We'll see, you'll hear.
PS. Helaas kunnen we niet een foto van Niagara Falls laten zien. Reden?
Ha ha, het wordt een mega-album!
Some impressions
In de 'Rumford Falls Times' van woensdag 28 september j.l. wees Erna mij op de voorpagina. Onder de veelzeggende kop ' Seattle 2 Maine' stond Brian Phelps (62) uit New Hampshire in kleurenfoto met zijn bepakte fiets en een fietshelm op. Hij poseerde precies voor de waterval van Rumford bij het Information Center, waar wij ook onze toevlucht tot informatie namen.
Phelps was bezig een solo-fietstocht van west naar oost dwars door de VS te maken, van Seattle naar Maine. Voor Amerikanen - eigenlijk non-fietsers, die automobilisten -is dit tamelijk bijzonder. Vandaar het artikel op die voorpagina.
'What have I done in my life to make a difference?', vroeg Phelps zich af toen hij in maart 2011 net als zijn baas vervroegd met pensioen moest gaan. Zijn baas nam de camper om door het zuidwesten van de VS te toeren. Phelps pakte zijn dertig jaar oude fiets, vloog naar Seattle en startte zijn fietstocht op 1 juli j.l. Hij dompelde zijn achterband in de Pacific Ocean. Als hij straks finisht in Bar Harbor wil hij zijn voorwiel in de Atlantische Oceaan onderdompelen. Voor dit laatste zo ver is, heeft hij nog een stukje te gaan.
En voor hij naar zijn huis in New Hampshire terugkeert, wil hij Cadillac Mountain per fiets beklimmen (wij weten van pffft) om een zonsopgang waar te nemen. Daar is immers de plek waar men in de VS als eerste de dagelijkse zonsopkomst kan zien (als het helder zicht is, ha ha). Ons is dat niet gelukt, a. omdat wij er tot twee keer toe niet vroeg genoeg waren, en b. omdat er een laaghangende bewolking rond de berg cirkelde. Wij wensen Brian Phelps bij zijn moedige poging derhale alle succes van de wereld.
Nog even over de koning van de menukaart
New England is echt geweldig om doorheen te reizen. Bovendien hebben we het al vaker gezegd: een van de traktaties is de kreeft. Gemakshalve op een broodje of in een salade. Maar de voorkeur is puur, nog niet ontschaald noch ontschaard.
De lobsters worden vrijwel overal aangeprezen, bij uitstek aan zee. Tot aan het schreeuwerige toe prenten afbeeldingen op viskramen en restaurants bewoners en bezoekers in wat de koning van de lokale menukaart is. Van Boston, de Kennebunks en Cape Cod tot in het noordoosten van Maine concurreren uitbaters om de smakelijkste kreeften.
In New England is het nog altijd traditie dat de dieren levend het kokende water ingaan. Dus Marianne Thieme, don't look at Peters website!
(NB. Pas tijdens het koken verandert hun kleur van groen of bruin, soms blauw of geel, in oranjerood).
Gemiddeld worden lobsters van twee tot drie pound geserveerd. Wij hebben het gemerkt. Het eetbare lijf gaat nog vrij gemakkelijk uit de schaal. Om het vlees uit poten en scharen te krijgen, vergt enige instruktie en de nodige behendigheid. Het begeleidende eetgerei lijkt trouwens uit een 18e-eeuwse tandartsenpraktijk te komen.
Over de Mohawk Trail
Dit is een mooie toeristische route in het noordwesten van Massachusetts. Het bijna honderd kilometer lange trajekt voert van de grens met de staat New York tot de Pioneer Valley. Door een wegafzetting vanwege onbegaanbare stukken hebben wij slechts een deel kunnen afleggen.
De weg volgt een al eeuwenoude handelsroute van indianen door de Berkshire Mountains. Hier leven zelfs zwarte beren en rode lynxen. Het oorspronkelijke pad is in 1914 langs route 2 geplaveid.
De Mohawk-indianen streden in de onafhankelijkheidsoorlog aan de zijde van de Britten tegen de Amerikaanse kolonisten. Deze indianen worden veelvuldig betrokken bij de bouw van wolkenkrabbers. Dit heeft een eenvoudige reden: zij kennen geen hoogtevrees.
Over de Shaker-leefstijl
Grondlegster van de Shakergemeenschap in de VS was de in Engeland geboren Ann Lee (1736-1784). Ordening en eenvoud waren van groot belang bij de ascetische denkwijze van de Shakers. Zij verschilden van de puriteinen, want ze lieten wel kleur en comfort toe. Technische snufjes waren zelfs ronduit favoriet. De Shakers reden als eersten in auto's en beschikten over elektriciteit. Duurzame energie was ook in hun tijd al een thema!
Nog iets meer over Ann Lee. Mogelijk hebben negatieve seksuele ervaringen tot haar latere opvattingen bijgedragen. Zij maakte zelf acht zwangerschappen door, waarvan er vier tot miskramen leidden en geen van de vier andere kinderen werden ouder dan zes jaar.
Lee sloot zich aan bij de sekte van James Wardley. De Heilige Geest verdreef de zonden uit het lichaam van de celibatair levende gelovigen, wat af te lezen zou zijn aan het schudden ('shaken') en sidderen dat ze overkwam tijdens hun diensten, waarbij ze visioenen hadden.
De Shakers, niet te verwarren met Quakers, leidden een celibatair communebestaan. Mannen sliepen, werkten en aten op de mannenafdeling, vrouwen hadden hun eigen afzonderlijke verblijfsruimtes. Onderlinge contacten lagen veeleer in een broer-zusverhouding (brethren and sistren). Er waren wel kinderen in de gemeenschap, doordat soms gezinnen toetraden of weeskinderen werden opgenomen. Die kinderen werden geheel vrijgelaten in hun keuze: als volwassene in de gemeenschap blijven of de wijde wereld intrekken.
Rebecca vertelde ons deze aspecten in een woordenstroom als de Niagara, zonder onderbreking, zonder te haperen. Zij kon zelfs van het Engels op het Frans of Duits overschakelen, maar daar had geen der ongeveer dertig toehoorders behoefte aan.
Toen ik ineens een visioen kreeg, en om te voorkomen dat Erna en ik samen zouden gaan shaken, zijn wij halverwege Rebecca's uitleg uitgestapt (met ons nog een viertal) om de wereld in te trekken, Hancock Shaker Village uit, want hetstond ons nietaan om al te lang in deze in 1783 opgerichte nederzetting te verblijven. Het was de derde in een reeks van negentien utopische gemeenschappen in het noordoosten en midwesten van de VS. Wij hielden het bij een stop in deze ene voor gezien.
Witte bergen, Groene bergen, Bergen grijs
Here we are again, na een paar daagjes off. Zoals gezegd, je moet maar een computter tegenkomen. Het is hier de VS, h`e. Ja, ja, jullie een mooie nazomer, en wij hier bakken met regen. Nou ja, bakken ... zo erg is het ook weer niet, maar het zou stukken beter kunnen/mogen.
Twice in our life was Mountain Cadillac op vrijdagochtend 30 september, niettemin ook weer weinig zon. Voor de liefhebbers: we hebben best wel foto's geschoten, alleen zijn we pas van plan om die thuis in de kontekst te plaatsen. Even geduld nog dus, s.v.p.
Van Mt. Cadillac gingen we naar de White Mountains. Dan kun je zien dat het hier allemaal even mooi is. Geweldige natuur, aardige mensen en tamelijk rustig door de geringe bevolkingsdichtheid. Het autorijden gaat dus ook prima en uitermate ontspannen. Af en toe schiet je behoorlijk in de lach. Wanneer je een bord langs de weg ontdekt met MARY'S TROPHY'S en je even later ziet dat ' Marietje' op haar gazon een heel assortiment grafstenen heeft uitgestald, nodigt dat niet direct tot een (koffie)stop uit.
Zij het bescheiden, maar de kleuren van de foliage zijn ondanks het matige weer goed te ontdekken. Een aparte, prachtige wereld. We hebben tot nu toe - maandag 3 oktober, 12.00 uur - elke dag een stuk gekoerst, want we willen ook zo veel. Van de White naar de Green Mountains, via aanduidingen op de kaart als Damascus, Etna, Canaan en Mexico kwamen we in het plaatsje Rumford terecht, pal bij een sprankelende waterval. De chef in het info-center, Peter Perry, wees ons de weg naar Gorham. Hij vond eigenlijk dat we een weekje moesten blijven als we de voortschrijdende Indian summer (nu nog herfst) wilden zien. De volle gloed van bossen in vuur en vlam is er inderdaad slechts hier en daar, maar om daar nu een week ter plaatse voor te blijven ... hoe mooi de rijen witte berken ook langs de wegen staan.
Trouwens, als jullie nog in zijn voor een leuk verhaaltje:
Naast het infocentrum van Rumford staat een grote reus (ik heb hem op de foto). Het verhaal gaat dat die reus, Paul Bunyan in Bangor is geboren (zijn we ook doorheen gekomen). Paul was zo groot bij zijn geboorte dat er zeven ooievaars nodig waren om hem af te leveren.
Tijdens een winter in Maine was het zo koud dat de sneeuw blauw kleurde. Terwijl Paul in de bossen was, vond hij een baby-os. Dat osje zag ook blauw van de kou. Paul bracht hem thuis en warmde het diertje op. Toch bleef het beestje blauw, daarom noemde Paul het ' Babe the Blue Ox!'.
In Rumford - waar wij dus stopten - is Babe met Paul herenigd. Staat Paul reuzengroot bij het infocentrum, Babe is na vijf minuten wandelen verderop in Rumford terug te vinden.
Aan die wandeling hadden wij geen behoefte. Toch is het een slimme manier om toeristen het plaatsje Romford binnen te lokken, nietwaar?
Onderweg ben ik nog wel een keer geschrokken. Vergat ik te stoppen voor een stilstaande schoolbus. Het gele kreng stond aan de andere kant van de weg. In Amerika ben je verplicht als hij stopt, dat het verkeer van beide kanten ook stopt. Rode lichten aan de bus en uitklap-stopborden geven dat aan, ik had even niet opgelet. Zonder problemen gelukkig.
De Amerikanen willen hun kindertjes veilig laten in- en uitstappen. Met hun fauna, vooral eekhoorntjes, nemen ze het niet zo nauw. Die zie je her en der als vloerkleedje geplaveid zoals de Ozzies down under de possums en wallaby's platrijden. Ach ja, elk land z'n gewoonten.
Zaterdag 1 oktober zijn we in Gorham voor ons doen laat opgestaan (7.40 uur). Het had 's nachts flink geregend. Onderweg langs Mount Washington en op de Kancamagus Highway was het ook redelijke miezer-mis`ere. Zeg maar een misery-tour, hoewel de omgeving sterft van de schoonheid.
We bereikten uiteindelijk de 'Aerie Inn of Vermont' in East Dorset, een voor ons doen luxe onderkomen in de prachtige, stille natuur. Eigenaresse Carol wees ons op haar lijfspreuk: ' 'Enter as strangers, leave as a friend!'. Ze vertelde ons dat er zelfs met enige regelmaat een beer bij haar Inn rondscharrelt. D'at vind ik nou leuk. Naast een noodstop voor een overstekende moose lijkt een ontmoeting met een beer mij helemaal het einde.
Toch waren we op zondagochtend 2 oktober na een heerlijk lange nacht opgelucht dat Carol ons op z'n Amerikaans om-hugde. We mochten als vrienden vertrekken, ze had even graag gewild dat we nog wat langer bleven.
Het vervolg van onze reis voerde langs Peru, Jamaica, Londonderry, dus soms dacht je: h`e?
Via alternatieve koffie in Brattleboro verscheen na Pittsfield de zon gelukkig weer ruimhartig. We hadden slechts een deel van de Mohawk Trail, het oude indianenspoor, kunnen doen, want de natuur heeft hier her en der nog al huisgehouden. Stormen? Regens? We weten het niet, maar de rivier had het nodige van wegdekken en huizen weggeslagen. Erna denkt dat het Irene was, maar die is toch voor de lieve vrede?
Jeetje, en toen op zondagmiddag Hancock Shaker Village, waar Rebecca de ' dienst' leidde. Wat kon die dame kletsen. Ze legde alles uit over de Shakers, niet te verwarren met Quakers, zodat we ons na een half uur losmaakten uit het gezelschap toehoorders en onze eigen weg shaketen. Uiteindelijk wilden we ook weer op tijd een slaapplekkie vinden, wat eventjes voor Albany (grote stad, enorme skyscraper en fraaie skyline) lukte. Voor alle zekerheid maar een kaart van de staat New York aangeschaft, want we blijven ver van de Interstate Highways.
's Avonds een tilapia hollandaise genuttigd in de IHOP, waar Shannon ons bediende, als lachebekje.
Nu, op maandag 3 oktober, zijn we op weg naar Niagara de (net vernieuwde) bieb in Morrisville binnengestapt om jullie weer even op de hoogte te brengen. We kwamen langs Amsterdam, Rotterdam, Watervliet, dus de wegenkaart kwam goed van pas. Voor je het weet, ben je thuis.
Voor ons archief heb ik een foto van de bibliotheekgevel gemaakt; die geeft nog een beeld van de oude, zeg maar antieke bibliotheek (de nieuwbouw zit aan de achterkant).
Wij vervolgen onze weg en hopen woensdag heel veel water naar beneden te zien komen. Dan kan het ons niet genoeg zijn, want vandaag is het al de hele dag droog (de regen is vannacht gevallen) en voor morgen wordt nog meer verbetering verwacht.
That's it, bye, greetz van Ernie en Peter
Acadia National Park
Donderdag 29 september, 16.00 uur. Vanwege aanhoudende regen, die een uurtje geleden startte, zijn we opnieuw in de plaatselijke bieb neergestreken. De lobster van gisteren is ons goed bevallen, dus gingen we vanochtend met frisse moed op pad om een ticket voor Acadia N.P. aan te schaffen. Daartoe moesten we een paar mijl terug rijden, waar de Loop Road door Acadia vanuit het bezoekerscentrum begint. Ik geloof dat ik ergens gelezen heb dat er vijf miljoen bezoekers per jaar komen. Dat zou kunnen kloppen, want ook nu liep er veel volk in en bij dat bezoekerscentrum. Gelukkig tikten wij vrij snel een kaartje van 20 dollar op de kop, hingen die aan de autospiegel - aan de binnenspiegel uiteraard - en wisten dat, als wij een week zouden blijven, wij dit park met dit zelfde kaartje ook een week per eigen auto zouden mogen betreden. Slim systeem: stevige prijs voor 7 days, of je wil of niet, g'e'en 1-dags-vliegen verkrijgbaar.
Wij dachten aan een dag voldoende te hebben, maar ... Het is hier verschrikkelijk mooie natuur, en je rijdt je een rotje in slakkengang om zoveel mogelijk moois te zien. En ja hoor, zijn we er eindelijk, beklimmen we als eerste bestemming met onze Chevrolet Mount Cadillac (465 m.), raken we helemaal in de wolken. Helaas, letterlijk. Van een fabelachtig uitzicht komt niets terecht. Koude mistflarden strelen onze kuiten, de hikers - velen met Nordic Walking-stokken - hebben het ook niet echt naar de zin.
Niettemin volgen wij de Loop Road, totale route ca. 43 kilometer, zo goed mogelijk op zeeniveau, om zoveel mogelijk te kunnen zien. Het zonnetje doet dit keer niet mee. Ernie en Sam zitten eindelijk in Acadia en de zon zal wel in Holland schijnen. Met Holland bedoel ik natuurlijk Nederland, want ik weet dat er 28 Hollands in de Verenigde Staten zijn, waarvan een viertal in de staten waar wij doorheen komen. Is het nog te volgen?
Jammer, jammer, jammer. We plannen om morgen een nieuwe poging te wagen. Zeker nu het in de middag - overigens volgens de weersverwachting - ook nog begint te regenen. Dat maakt de boel natuurlijk wat somber. Wij begrijpen dan ook volkomen dat het nu het moment voor de haviken hier is om met hun ' flurry of migration' te beginnen. We hebben wel geen E-N-woordendictionary bij ons, maar we begrijpen wat die vogels bedoelen.
Erna is inmiddels zo verstandig om voor een kwartje een spannende detective in de hal van de bieb op de kop te tikken - SUPER SALE AANBIEDING -, zodat ze straks als het nog regent onder de dekens de uurtjes kan doorkomen (NB. Tegen de tijd dat ze al die toch wel heel kleine lettertjes allemaal heeft gelezen, kan het niet anders dan dat ik allang lig te ronken).
Nu gaan we weer overdenken of het wel/niet lobster wordt, want je wordt er hier op alle hoeken mee doodgegooid. Eigenlijk is het ook nooit goed, h`e. Je zou bijna denken dat wij verwende krengen zijn. Eg nie!!!