petersamuel.reismee.nl

Over geld en respect in Cuba

Binnenkort gaan wij dus Tío Fidel de hand schudden. En wie weet Tía Tanja tijdens haar werkoverleg in Havanna. We hebben ons al een beetje voorbereid, lees maar:

Stel, je loopt door een bos en ontdekt plotseling een geldboom. Briefjes van vijftig euro aan de takken, wapperend in de wind. Op de grond liggen er drie. Wat doe je? Je raapt die briefjes op en schudt aan de boom. Er vallen er nog twee. Raap je die op, loop je ermee weg? Nee, je gaat door met schudden, harder en harder, tot er niets meer valt.

Zo beschouwen veel Cubanen de toeristen. Als geldbomen om aan te schudden. Valt er iets, laat je die boom niet met rust tot er echt niets meer uitvalt. Iemand iets geven om van dat ‘schudden\' af te komen, lijkt ons dus niet de juiste methode!

In Cuba bestaan ook valkuilen, niet alleen in de wegen. Je kunt worden opgelicht waar je bij staat. Iets subtieler werkt het ‘commissie\'-systeem. Andere vormen zijn quasi vergissingen, rekenfouten en ‘toeristenopslag\'. En natuurlijk doet zich helaas ook ‘gewone\' diefstal voor. Laten we oplichting eens voor het voetlicht halen. Cubanen kennen veel manieren om je een ‘oor aan te naaien\'. De manier waarop jij daarmee omgaat, bepaalt niet alleen een deel van de kosten van je vakantie, maar ook het respect dat je krijgt. Dat respect moet je namelijk verdienen.

‘Wij kennen een ervaren toerist, die Cuba al eerder bezocht en in Vinales, een pittoresk dorpje ten westen van Havana, neerstrijkt. Hij huurt een huisje op de ‘Campismo\', een soort camping voor Cubanen, waar een paar huisjes voor toeristen staan. Nog half in zijn jetlag verzonken, gaat hij naar de enige plek waar hij wat kan eten. Een restaurantje net buiten de poort van de Campismo. Op het terrasje ziet hij de ‘prehistorische muur\', een schilderij dat een hele bergwand beslaat. Zo lelijk dat het daarom mooi wordt. Hij vraagt aan de ober wat er op het menu staat. Het enige dat de camarero in huis heeft, zijn gebakken eieren, koffie en iets wat onze toerist niet begrijpt. Toch bestelt hij alle drie. Wat hij niet begrijpt, blijken crackertjes.

Met lange tanden kauwt hij de eieren met crackers. Hij slurpt zijn koffie en spoelt de hap naar binnen. Als hij om de rekening vraagt, komt de ober met een papiertje aanzetten, waarop 11,85 staat geschreven (CUC\'s, convertible peso\'s voor buitenlanders). De toerist kijkt de ober kritisch aan en maakt een wegwerpgebaar. Hij geeft het briefje terug en zegt dat hij een andere rekening wil. Luid protesterend loopt de ober weg en komt even later terug met een ander briefje, waarop een bedrag van 8,25 prijkt.

Het vertoonde ritueel herhaalt zich. De toerist verzoekt om een rekening, die hij wél bereid is te betalen. Even later landt een derde briefje op zijn tafel. Daarop ziet hij het getal 6. Met een woedende blik neemt de toerist de ober onder vuur (toneelspelen is op Cuba onderdeel van het bestaan), haalt vier CUC\'s uit zijn zak en deponeert deze luidruchtig op tafel. Bovendien wijst hij in de richting van de Campismo. "Ik verblijf in hutje nummer twee (número dos). Als u met de betaling niet tevreden bent (no contento), moet u er maar iemand bij halen, liefst politie (policía)!". Vervolgens stapt de toerist op. De ober roept hem nog wat dingen na, die hij niet verstaat. Op zijn gemak kuiert hij naar zijn hutje.

Een paar uur later heeft de toerist weer trek in koffie. Er is slechts één plek, waar hij die kan krijgen. Hij loopt dus naar het restaurant, gaat op hetzelfde terrasje zitten, met hetzelfde lelijke en toch mooie uitzicht, en bestelt bij dezelfde ober - die inmiddels weer heel vriendelijk is - een kopje koffie (un café). De tourist gaat een stukje in een boek lezen, nuttigt ondertussen zijn koffie en vraagt vervolgens om de rekening (la cuenta, por favor). De ober wil echter van geen rekening weten! Integendeel. Hij brengt nog een koffie en zet zich naast de toerist voor een babbel. Met handen en voeten gaat het over Cuba, over Cubanen en buitenlandse toeristen, over het weer (el tiempo) en over de lelijke, mooie muur voor hun neus.

"U heeft mijn respect verdiend", besluit de ober hun kletspraat. "U moest eens weten hoeveel domme ‘Yuma\'s\' zich hier laten tillen. Dan heb je als Cubaan toch geen keuze (selección)! ..."

De Cubanen hebben meestal geluk, want zij hoeven die keuze ook niet te maken. De meeste buitenlanders laten zich met plezier tillen. Als debutanten in de Cariben proberen wij daar niet bij te horen. Wij zullen proberen vriendschap (amistad) met de obers te sluiten. En met de policía, met taxichauffeurs, met portiers, met kruiers. Met als basis het respect (respeto), dat we zelf moeten verdienen.

De term ‘besteedbaar inkomen\' is in Cuba een contradictio in terminus, een tegenspraak in zichzelf. Officieel bestaat het begrip gewoon niet. Het gehele officiële inkomen van elke Cubaan gaat op aan hun eerste levensbehoeften, hun spaarquote is nul. Slechts weinig Cubanen beschikken over een bankrekening, terwijl er altijd lange rijen voor de banken staan om salaris en pensioencheques te innen. De CUC (peso voor toeristen) is zwaar overgewaardeerd, de MN (peso voor Cubanen) is waardeloos als het op koopkracht aankomt.

Cuba kent, als gesteld, twee valuta. De CUC, waar je als toerist voornamelijk mee betaalt, en het nationale geld (Moneda Nacional, MN). CUC en MN worden beide peso genoemd, al noemen Cubanen de CUC (spreek uit: koek) ook nog wel eens dollar. Beide munteenheden worden met een dollarteken aangegeven, de MN-peso met één streepje en de CUC met twee streepjes schuins door de S. Dat is om het overzichtelijk te maken, geloof ik.

Je kocht voorheen 24 pesos met een dollar, maar betalen met dollars is niet meer toegestaan. Vandaag de dag vragen Cubanen om euro\'s. Als je een peso (CUC) wilt kopen met MN-peso\'s, dan betaal je er 25. De Cubanen snappen dit prima, maar voor ons kan het verwarrend zijn. Samengevat luidt de les: 1 CUC = 25 MN. Nu nog leren hoe het diverse geld eruit ziet en wie er op staat afgebeeld. Ik heb een vermoeden. Dat loopt van El Jefe Comandante Fidel via Compañero Ernesto ‘Che\' Guevara tot mogelijk Héroe Nacional José Martí ...

Het lijkt in ieder geval een goed idee een aantal MN-peso\'s op zak te hebben. Gaan we euro\'s in CUC\'s wisselen, dan kopen we ook met wat CUC\'s een stapeltje MN-peso\'s. Daarmee kunnen we zelf gebakken koekjes, pinda\'s  of andere lekkernijen op straat kopen, of heerlijke maaltijden bij cafetarias nuttigen. Of we kopen er - vooral voor Erna! - tropisch fruit voor. Groenten op de markt kan ook. We kunnen er indien nodig openbaar vervoer mee betalen. En dan lijkt dat allemaal zowat gratis! Want met MN-peso\'s eet je een complete maaltijd voor pakweg 90 Eurocent, ga je de bioscoop in voor 7 en eet je een ijsje voor 8 cent. Ten minste, als je de weg een beetje weet te vinden ...

Zullen wij onze weg met respect tussen het geld van de Cubanen weten te vinden? Veramos! We gaan met de Cubanen in ieder geval niet over het in ons land befaamde H-woord bakkeleien (bacalaoen). Hypotheken kent men in Cuba namelijk niet. Leningen zijn er wel te krijgen (voor als de koelkast kapot gaat, bijvoorbeeld), maar dat is een zeer langdurig, bureaucratisch proces. Volgens het Internationaal Monetair Fonds is Cuba failliet.  

Gelukkig zijn de Cubanen het met het IMF niet eens en leven ze vrolijk door. Wij ook.

Reacties

Reacties

Timo

Lekker hoor dat voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten!
Je kunt het inkomen van de cubanen niet vergelijken met dat van ons dus we mogen best wat meer betalen, en dat ze ons daarvoor een oor aan naaien neem ik ze niet kwalijk. Ga jij werken voor 25 euro per maand?????

peter regrev

wel gratis onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en voedsel bijna voor niks. En geen werk met stress.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter op deze verhaal!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!