petersamuel.reismee.nl

Recensie: 'Zoektocht naar het paradijs' (Arita Baaijens)

Arita Baaijens is bekend van verhalen over tochten door de woestijn. In klassieker ‘Een regen van eeuwig vuur’ beschrijft zij ervaringen van haar eerste woestijnreizen. Die heb ik opnieuw gelezen, ik sta achter het commentaar: … Prachtboek. Behalve reisverslag met prachtige natuurbeschrijvingen ook pure liefdesroman … (AD).

Aan het verzoek om Baaijens' nieuwste boek te recenseren, voldoe ik met hoge verwachtingen. ‘Zoektocht naar het paradijs’ heeft als ondertitel ‘Een onderzoek naar waarheid en werkelijkheid in het hart van Centraal-Azië’. Ik was nooit in een Egyptische woestijn, noch in het hart van Azië. Om erachter te komen of Arita het paradijs vindt, consumeer ik driehonderd pagina’s (verschijnt bij Atlas Contact in januari 2016 in boekvorm). Met lichte argwaan, want zij heeft in haar bovengenoemde ‘regen van ademloos leesvoer’ al laten weten dat ze daar het paradijs heeft aangetroffen:

We hebben alle tijd. Tijd ook om de lome uren van de snikhete dagen weg te vrijen in de schaduw van een ruisende palm met de wind als hulpje. Een zwoele bries verdampt zweetdruppels en streelt waar handen niet kunnen komen. Dungul is niet minder dan het paradijs … 

Wat bezielt iemand die een gevonden paradijs laat volgen door een queeste naar nog een paradijs? Ik ben niet de ontdekkingsreiziger, bioloog, fotograaf en schrijver die Arita Baaijens is. Juist omdat zij op avontuur blijft jagen, schep ik er plezier in om haar geboekstaafde belevenissen te proeven. Zoals ik dat ook kan van rusteloze reizigers als Frank van Rijn, Carolijn Visser, Henk de Velde, Jolanda Linschooten, om enkele andere voorbeelden te noemen.

Arita Baaijens geeft aan dat de betovering van haar woestijntochten voor haar voorbij is. Zij ondergaat ‘kortsluiting in haar hoofd’, ‘haar leven is een grote puinhoop’. Althans, dat lees ik. Met haar nieuwe ‘zoektocht’ wil Arita orde scheppen in de chaos, wil zij verlossing van het lege gevoel in haar binnenste. Ze ziet haar reis naar Shambhala - paradijs voor boeddhisten - als enige uitweg: nieuwe obsessie om het leven weer kleur te geven.

Zij kiest Siberië. Met haar criteria had het net zo goed Australië kunnen zijn. Ze noemt drijfveren als ‘onbekende cultuur, taal en religie’ (ik denk dan aan aborigines), ‘extreem klimaat’ en ‘groot gebied om te verdwalen, desnoods dood te gaan’. Dat laatste gaat mij wat (te) ver. Niettemin vormt het Altaj-Sajangebergte in Siberië voor Baaijens de nieuwe uitdaging voor een levensvervullende missie. Voor mij is de uitdaging het lezen van haar schriftelijke weergave.

Na de eerste zin fonkelen mijn ogen als gloeiende oortjes: ‘De adem van de invallende winter bijt in mijn wangen op deze late herfstmiddag’ … 

Je weet het nooit, maar met zo’n sprankelende beginzin ben je vermoedelijk niet op de Bahama’s. Dan ben je Arita Baaijens op een Siberische hoogvlakte. Op zoek naar het paradijs, het legendarische Shambhala in het Altaj-gebergte. Het vinden staat gelijk aan het bereiken van de hoogste staat van spirituele ontwikkeling. Deze uitleg bekoort mij minder, ik ben niet zo spiritueel aangelegd. Evenmin ben ik bioloog, namen van flora en aanverwante data trekken niet mijn belangstelling. Arita’s onderzoek noemt ze herhaaldelijk.

Niettemin lees ik de verkenning door Kazachstan, China, Mongolië en Rusland in spannende verwachting. Vindt Baaijens de verborgen vallei, waarvan in unieke reisbeschrijvingen van Nicholas Roerich elk spoor ontbreekt? Russisch geoloog prof. Yuri Badenkov - aan wie Baaijens haar boek opdraagt - noemt de persoon Roerich om achterna te gaan. Baaijens is vastbesloten: “Hoe onmogelijker de uitdaging, hoe groter de kans dat in mij opnieuw een heilig vuur ontbrandt”.

Hoewel ik door het hele boek heen niet wen aan de mix van verleden en tegenwoordige tijd, mij bovendien soms erger aan (taal)foutjes, geniet ik wel van fraaie beschrijvingen. Baaijens op haar best:

… Aan alle kanten oneindigheid, stilte en een snijdende wind die mijn wangen laat gloeien. Boven me de Melkweg, een werveling van miljoenen sterren, gassen en kometen. Denken gaat niet meer, uit vreugde jank ik naar de maan …

Haar zoektocht is niet opgedeeld in hoofdstukken, maar in honderd dagen, waarvan driekwart letterlijk beschreven. In volgorde kopt iedere dag datum en tijdstip, geografische duiding en hoogte, een beknopte aanvulling met weerbericht en/of omgevingsfactoren. Onder ‘divers’ worden indrukken aangegeven, onder ‘kleur’ varieert de aanduiding van goud via rood en groen naar blauw. Goud wordt het meest vermeld, groen volgt, dan rood en vervolgens blauw. Ik kan over de bedoeling fantaseren, een verklaring heb ik niet ontdekt.

Met de zoektocht verpulvert Arita Baaijens naar eigen zeggen in een oogwenk jaren van misere. Op uitnodiging, met financiële steun, camera en toebehoren mee, tolken en gidsen om te leiden, cowboy Wayne Poulsen om te lijden. 

“Het paradijs zoeken gaat over een gemis, een verlangen naar iets wat de mens ooit bezat en is kwijtgeraakt. Dat geldt ook voor mij”, aldus Baaijens. Haar leven bestaat in essentie uit meebewegen en haar rijdier(en) vertrouwen (deze reis te paard).

Als liefhebber ontkom ik niet aan nog zo’n mooi citaat uit Arita’s boek:

… Staande op de rand van een door schurend ijs uitgeslepen sleuf kan ik maar moeilijk bevatten dat zoveel grootsheid in twee kleine ogen past. Voor me ligt een hemelsblauw en amandelvormig gletsjermeer, Maralia, waaruit koude tranen een glibberspoor trekken over de olijfgroene bergtoendra waarop besjes van sneeuw glinsteren … Was ik maar een ballonvaarder die vanuit een mandje de samenhang tussen bergen, dalen en rivieren kon zien … Hoe dan ook, ik wil dansen en springen … De rust die de natuur uitstraalt zal door je stromen zoals zonlicht bomen binnenstroomt … 

Baaijens besluit haar boek met een epiloog. Zij haalt woorden van Rebecca Solnit - ‘A Field Guide to Getting Lost’ - aan. ‘Blauw is de kleur van eenzaamheid en verlangen, van dromen en een verre einder. De kunst is te leven op de rand van het mysterie, waar vragen niet op antwoorden wachten, maar richting geven aan de zoektocht die nooit ten einde komt.’

Arita’s ‘Zoektocht …’ heb ik uit, mijn leestocht is ten einde. Geen paradijs, blauw blijft mijn favoriete kleur. Verlangen? Het boek had spannender mogen zijn. Verre einders? Aan zoeken naar goud, rood, groen of blauw komt nooit een einde.

Reacties

Reacties

yvonne van de pitte

Er staat een duidelijke verklaring voor het gebruik van de kleuren "goud,, groen en rood " in haar tekst. Deze waren zeer behulpzaam voor mij j bij het lezen.
Heeft de recensent het hele boek wel gelezen vraag ik mij af?

Hanneke

Had al zo mijn twijfels bij het boek en zal het nu zeker niet kopen. Ben bang dat de schrijft mee zweeft op de spirituele hype van tegenwoordig. Ik heb niets tegen spiritualiteit, niets tegen mensen die zoeken, niets tegen boeken die daarbij helpen. Maar zeg het dan gewoon. Ook het beginnen met een crisis is zo doorzichtig. Heel ongeloofwaardig.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter op deze verhaal!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!