petersamuel.reismee.nl

Naar Ponta Delgada via westkust terug naar Capelas

Op de Azoren laat je je door het weer beïnvloeden in de reisplannen die je op een eiland maakt. Wij wilden op São Miguel nog een keer naar Sete Cidades, alleen via een benadering andersom (met de klok mee). Naar de hemel boven de bergen kijkend zagen we de bui echter al hangen, bovendien liet de westenwind zich van zijn sterke kant zien. Langs de zuidwestkust ontdekten we blauwe delen aan het firmament, dus ging de badkleding mee en werd de koersplanning gewijzigd. Eerst maar even een ochtendje stadten en wel in de hoofdstad Ponta Delgada.


De havenstad aan de zuidkust is inderdaad als hoofdstad van de Azoren te bestempelen, hoewel zij het niet eens officieel is. Het is ook geen juweel van een stad, hoewel kloosters, kerken en paleizen het stadscentrum bestrijken en op die manier aan menig straatje enige charme verlenen. Met de voordorpen meegeteld telt P. Delgada meer dan veertigduizend inwoners, waarvan er in het stadscentrum ruim de helft wonen. Er zijn vier stadsdelen: São Pedro, São José, São Sebastião en Santa Clara. Voetballers vallen op vrouwtjes, vandaar dat de plaatselijke club naar de laatste wijk is vernoemd, Santa Clara. In de laatste jaren vertoont het inwonertal van P. Delgada flinke expansie, omdat de stad grote aantrekkingskracht op de Azoreanen heeft.


Wij zijn er doorheen gewandeld, maar zullen ons er niet vestigen. Het is geen echt mooie stad, alhoewel ook niet een om te verafschuwen. Er zijn een hoop gebouwen met een uitstraling alsof ze uit de ten onder gegane Sovjet Unie zijn aangespoeld. Waren ooit de Portas da Cidade (stadspoorten) aan het plein Goncalo Velho Cabral de ware kenmerken, nu maakt shoppingcenter Solmar als reusachtige reus een indruk zoals men die slechts in Trabantenstadjes aantreft. Wij traden er binnen, dronken er koffie (met een heerlijk chocolaatje) en ik nam de gelegenheid te baat om in de boekwinkel naar de biografie van Pedro Pauleta, bekendste Azoreaanse voetbalcrack, te zoeken. Vele winkelpanden stonden leeg, maakten het er niet gezelliger op, en het boek was er ook niet te vinden. “Probeer het maar bij Livraria Gil of anders bij Livraria Bertrand”. Zo gezegd, zo gedaan, want we wilden ten slotte toch een stadswandelingetje maken. En we vonden – met navraag bij nadenkende Portugezen onderweg – de beide boekwinkels ook nog. Alleen het boek liet het afweten. Uitverkocht? Men wist het niet. Schrale troost: het was in het Portugees geschreven, er bestond zeker géén Engelse uitgave. Bij de centrale kerk, Igreja Matriz, besefte ik dat ik helegaar niet op eventuele boekenleggers (voor een fan van mij) had gelet. Kon ik dus nog een paar blokjes terug slenteren, terwijl Erna haar particuliere kerkdienst op het bankje voor de deur in de zon bijwoonde. En ik slaagde dubbel en dwars met enkele volgens mij zwaar katholiekbetekste, niettemin fraai bloemengekleurde Portugese pareltjes, waar ik het liefst enkele Azoreaanse bookmarks had verkregen. Maar ach … je kunt niet alles hebben wat je wilt (mijn trouwe leesfan zal met de verworven exemplaren vast content zijn). Voor de volledigheid deden we de shoppingmall Parque Atlántico nog even aan (een grote walvis in de entreehal heette ons welkom), maar noch het boek, noch de leggers waren er in de boekwinkel present. Gauw wegwezen dus, want horden scholieren zochten hun plezier in de tussendemiddagpauze, en van die druktemakers willen wij het in onze vakantie bepaald niet hebben. Trouwens, buiten onze vakantie ook niet, ook al komen er in onze woonplaats, langs onze weg, langs ons huis, toch horden langs, ’s morgens op de heenweg en ’s middags op de terugweg. De grote vakantie is voor ons dan ook altijd een grote vakantie, al gaan we dan vrijwel nooit op reis.


Bijgekomen van de herrie zochten we de zuidwestkust van São Miguel op. Het zonnetje liet ons niet in de steek, al vertoonden zich af en toe dreigende wolken die fluks naar Sete Cidades verdreven werden en daar dreigend bleven hangen. Achtereenvolgens langs Relva, Feteiras en Candelária kwamen we in Ginetes, waar we over een ‘wit weggetje’ naar de kust afdaalden naar Monumento Natural do Pico das Camarinhas e Ponta da Ferraria. Een imposante plek aan de lavakust, waar het vulkaanleven opgesierd werd met spuitende oceaangolven door een harde, ijzersterke westenwind. Levensgevaarlijk om in de oceaan te duiken, al nodigden de reusachtige golven van harte uit. Te prijzig om het artificiële postzegelzwembadje even te beroeren, vijf euro voor een duikje per persoon vonden wij overdreven (al stond er 7,50 euro p.p. in ons reisgidsje).


Het weggetje van Ginetes naar Ponta da Ferraria voerde in steile serpentines omlaag naar de kolenzwarte lavakust van deze kaap. In 2010 zijn hier via een restauratie de Termas de Ferraria weer tot leven gewekt. Al heel lang was hier een badgelegenheid voor reumapatiënten, maar ’s winters pakte dat door wind en neerslag uit de hemel verkeerd voor hen uit. Hun toestand ging eerder achter- dan vooruit en de avontuurlijke weg naar beneden was evenmin bevorderlijk voor hun gemoedsrust. Een paar jaar na de opening sloot het kuurcentrum zijn poorten dan ook. Nu is er nog altijd een buitenbad met water van 37 graden Celsius en in een eenzaam gebouw bevinden zich in de kelder een binnenbad, een Jacuzzi, een Turks bad en een sauna. Wij hebben er geen gebruik van gemaakt, mede omdat je verplicht was een badmuts te dragen. In het hoogseizoen sloven kletteraars (klimmers) zich tegen de steile rotswanden uit, je kunt er dan verschillende routes volgen. Een van de mogelijkheden is het beklimmen van de Wilde Matilde. Helaas ben ik daar – terwijl Erna de uiteenspattende golven stond te fotograferen – niet aan toegekomen. Zou de zee trouwens wat rustiger zijn geweest, hadden we allebei tussen de rotsen een bad kunnen nemen. Bij vloed is het oceaanwater een heerlijk frisse achttien graden en bij eb gaat de temperatuur zelfs naar een overheerlijke 28 graden Celsius. In je zwembroek even proeven van een warme golfstroom, het lijkt me geweldig, maar het zat er helaas niet in.


Verder doorrijdend richting huis (hotel te Capelas) herhaalden we een bezoek aan Mosteiros, reden door een windig João Bom, Ajuda da Bretanha, Remédios en Santa Barbara, eigenlijk allemaal kustplaatsjes waar je niet wilt toeven, en legden aan bij een modern ogend restaurant in Santo António voor ons laatste verdiende middagdrankje. Oog in oog met de troela achter de toog bestelde Erna een koffie met melk. Nog voor ik wat mocht zeggen, ging de dienster – in onze ogen niet zo’n slimme – met haar rug naar ons toe aan haar koffiemachine prutselen. Voor de koffie én de warme melk geproduceerd waren, was ik al aan vijf biertjes toe. Maar ja, mij had ze niets gevraagd. Toen Erna haar bestelling kreeg voorgeschoteld, keerde de theetante zich tot mij zonder ook maar een woord te spreken. Ik wees op de tap en zei: “Bier, faz favor”. Ik maakte een tapbeweging. Zij begreep mij onmiddellijk en vroeg: “Uma (één)?”. Ik moest bijna proesten, er was niemand anders in de zaak aanwezig, keek naar Erna, die meteen onvertogen Hollands tegen me sprak: “Nee, doe maar drie”. Enfin, toen ik wilde afrekenen en om de ‘conta’ vroeg, ging ze eerst een blokje om naar elders om de optelling te vragen en meldde mij vervolgens dat ik 1,90 euro mocht afrekenen. Ik dacht eerst nog dat ik het verkeerd had verstaan, maar ik blijk toch niet zo Portugees doof als ik eruit zie. In ons hotel was dat gisterochtend even anders – beter gezegd slikken – toen we voor twee cappuccino liefst zes euro vijftig mochten uittellen. Uit balorigheid vanwege deze onorthodoxe prijsstelling alhier heb ik toen alle dertien vijftig-eurocents-muntstukken in mijn bezit aan de croupier, die ons bediende, overhandigd. Alsof ik ze daarvoor had opgespaard (ik had ze onderweg ook maar als wisselgeld ontvangen), maar ik was blij van dit overgewicht af te zijn.


Eenmaal op onze hotelkamer keken we terug op een dag vol verrassingen met een soort Hollands weer in onorthodoxe temperaturen van rond twintig graden. Al schiet het op met onze reis, we hebben weer volop genoten van het grootste eiland van de Azoren, dat ons net als de andere vier bijzonder weet te bekoren (in de vandaag bezochte boekwinkels zag ik boeken van Fernando Pessoa, Luís Vaz de Camões en Ricardo Reis, vandaar mijn neiging tot enige poëtische inslag).

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!