petersamuel.reismee.nl

Recensie: 'We komen nog één wonder tekort' van Rebekka de Wit

Oorspronkelijk, diepzinnig

Rebekka de Wit (1985) is rond 30 jaar. Ik ben bijna 70, reuze benieuwd naar het ene wonder dat zij tekort komt. Dat wil ik ontdekken in haar romanteko 'We komen nog één wonder tekort', die in augustus bij Uitgeverij Atlas Contact verschijnt. De korte inhoud maakt me nieuwsgierig naar het debuut van de auteur, die ook theatermaakster is.

‘Het is zomer. Een meisje zit met haar vader, haar broer en haar zus in de achtertuin. Ze hebben deze zomer drie mensen begraven, het gezin is plotseling verre van compleet. Ze besluiten op reis te gaan om zoveel mogelijk aan de rand van de wereld te zitten. Daar liggen ze naar de wolken te kijken, volgen ze de vlucht van een condor en luisteren ze naar Graceland. De hoeveelheid ijsjes die worden gegeten sinds het noodlot heeft toegeslagen, zijn niet meer te tellen. Het meisje probeert een antwoord te bedenken op 'wat nu'. We komen nog één wonder tekort is een geestig en droevig coming-of-age-verhaal van een meisje dat herinneringen het hoofd moet bieden en naar verbondenheid verlangt.’

Welke wonderen kom ik in het boek tegen? “We komen nog één wonder tekort”, zegt een stem uit de radio van Rebekka’s vader over de heiligverklaring van een paus. Rebekka de Wit maakt met haar vader, broer en zus een zoektocht, nadat zij enkele begrafenissen in familieverband hebben meegemaakt. Tragische belevenissen die in een tijdsbestek van twee weken ‘vakantie’ gepaard gaan met een ‘plotselinge tegenwoordigheid’ als neveneffect.

‘Onze ogen stonden zo open als de zee’, formuleert de schrijfster in het begin van haar roman. In mijn ogen een prachtige zin, zoals zij er meer in haar verhaal vastlegt. ‘We leefden nog’, ‘We wilden weg zijn, ons wegscheren als een hazewind’, ‘We hadden het Ware Leven leren kennen’. Het zijn enkele voorbeelden uit het boek, waarin ik wat ik noem ‘absurdistische’ metaforen tegenkom die ik zelf nooit zou kunnen verzinnen. Zijn die denkbeelden typerend voor de theatermaakster? Ik denk het wel. Met haar specifieke stijl van schrijven beïnvloedt Rebekka de Wit het denken van de lezer die ik ben – die misschien ook wel schrijver zou willen zijn –, die haar vaak geestige associaties en soms droevige ondertoon zelf niet zou kunnen verzinnen. Soms ook lijkt zij in haar ongebreidelde fantasie – theatermaakster – te hinkstapspringen, waarmee zij denkpatronen verruimt, in ieder geval de ruimte geeft.

In droevige omstandigheden, want enkele naasten overleden, toch geestig zijn. Rebekka de Wit kan dat, althans in haar boek. Daarmee heeft zij een vreemd, absurd verhaal geschreven, dat ik in één adem uitlas (grote letters, 175 pagina’s). In een reactie op haar theaterwerk las ik de woorden oorspronkelijk en diepzinnig. Oorspronkelijk vind ik de schrijfster zeker, het diepzinnige dringt nog niet goed bij me door, misschien een wonder dat ík tekort kom. Maar wat ik weer heel mooi vind, zijn haar woorden ‘Het geluid van een dichtklappende autodeur geeft me altijd het gevoel dat het mogelijk is ergens weg te gaan. Hadden gebeurtenissen maar autodeuren’.

Reacties

Reacties

Nettie

Wat mooi gezegd die laatste zin!
Zou inderdaad wel handig zijn trouwens:-)!!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter op deze verhaal!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!