In mooi vensterritme naar hoge noorden
Wijnaldum heeft, net als ik,een roemrucht verleden. Met Feyenoord of PSV heeft dat niets van doen. Ik doel op het terpdorp dat dicht bij de steeds uitbreidende havengebieden van Harlingen ligt, de eerste etappeplaats op de fiets vanuit Limmen naar het Friese en Groninger land. Leermens, een dorpje van 273 inwoners (1-1-2006) in de gemeente Loppersum van de provincie Groningen, onder de rook van Appingedam en Delfzijl, is mijn eindbestemming. Hier in Leerms (Groninger uitspraak) wonen Joke en Peter, die wij in het voorjaar in de Portugese Algarve hebben ontmoet. Zij runnen een B&B, ze zijn net als ik aangesloten bij de Stichting Vrienden op de Fiets, en zij hebben zojuist een vakantietrip naar Berlijn en omgeving achter de rug. Ik heb een bezoek op de fiets beloofd, het lijkt mij heel gezellig om hen opnieuw tegen te komen. Ook vind ik het interessant om hun ervaringen in het land van onze oosterburen te vernemen. Op die manier ben ik gerechtigd om een woordje Gronings mee te brabbelen: ‘Hai is om Leerms kommen'. Dat betekent ‘hij is om het dorp heen gefietst', maar ze bedoelen ermee ‘hij weet goed wat er in de wereld te koop is', oftewel ‘hij is door schade en schande wijs geworden'.
Maar eerst Wijnaldum en zijn verleden. Daar staan 23 huizen, waarin honderd inwoners zijn gehuisvest. Het gehele dorp met bijbehorende buurtschapjes Lutkeburen, Haule en Voorryp telt 74 huizen met in totaal 490 inwoners, die voornamelijk van de landbouw leven. In de afgelopen jaren waren de terpen op de kwelderwallen ten oosten van Wijnaldum speerpunt in archeologisch onderzoek, dat tot enkele bijzondere vondsten leidde.
De vondst van de Grote fibula van Wijnaldum, een mantelspeld van buitengewone kwaliteit, was het begin van een archeologisch onderzoek, waaruit bleek dat Wijnaldum al in de zevende eeuw een belangrijke vestiging was. Verder onderzoek toonde aan dat er in Wijnaldum in die tijd een hoofdgebouw stond met ateliers van ambachtslieden: goud- en zilversmeden, bronsgieters, glas- en barnsteenbewerkers, wevers, een wapensmid, enz. Tevens werd er onder meer een dirhem (Arabische zilveren munt) aangetroffen die verwerkt was in een ander sieraad dat men vond. Mogelijk is deze via handel die Vikingen bedreven, daar terechtgekomen.
Op de westflank van deze archeologisch spannende rug stond een aantal ‘staten', waarschijnlijk herenboerderijen. Er was sprake van Oudehuis, Nyehuis, Swingma en Tjitsma: dit waren aan het eind van de achttiende eeuw al boerderijen. Het dorp Wijnaldum zelf heeft een kern met straatjes waar de bebouwing zich aan geen rooilijn heeft gehouden. Het zijn huizen van een enkele bouwlaag die voornamelijk zijn gebouwd van gele baksteen (dat heeft weer niets met de gele trui van doen). Een huis van twee bouwlagen is van steen in appelbloesemkleur. Aan de noordoostzijde van de bebouwing ligt een fraai kaatsveld. De laatgotische kerk aan de zuidzijde van de kern is oorspronkelijk toegewijd aan Sint-Andreas, die ik als Amsterdammer natuurlijk goed heb gekend. Het kerkschip was ooit gepleisterd, maar laat na restauratie weer zijn ware gedaante zien die pronkt met een mooi vensterritme, dat nauw aansluit bij het tempo waarin ik mij op de fiets voortbeweeg. De wrakke toren stortte in 1684 gedeeltelijk in - hij wel, ik niet - en werd daarna herbouwd. Die werd in 1904 opnieuw vervangen door een door de Leeuwarder architect Jurjen Bruns ontworpen toren. In het fraaie interieur met meubilair uit het tweede kwart van de achttiende eeuw is de preekstoel uit 1728 het kunstzinnige middelpunt. Het snijwerk van de kuip met gewrongen en omrankte korinthische hoekzuiltjes is in 1728 uitgevoerd door Arjen Lous. Op de panelen zijn bijbelse taferelen gesneden. Met lambrizering, doophek met gesneden deur, vrouwen- en mannenbanken is het een buitengewoon interieur. Ten zuiden van de kerk staat de achttiende-eeuwse consistorie en ten oosten 't Slotsje, een grote pastoriewoning in een aardige mengstijl.
Wijnaldum is aan de oostzijde ontsloten door een weg die langs het buurschap Foarryp naar Getswerderzijl loopt. Bij Foarryp ligt te midden van de hoge akkers een klein natuurreservaat van jong cultuurbos, laag grasland en een plas met slikoevers. De vegetatie heeft een zilt karakter.
Ik denk dat, als mijn eerste etappe in de laatste week van juni erop zit, ik ook last zal hebben van een zilt karakter. Breek-me-de-bek-niet-open. 'Je hebt het zelf gewild', zal Erna zeggen. Limmen, Egmond, Bergen, (boswachterij) Schoorl, Groet, Petten, Hondsbosse zeewering, Zijpepolder, Anna Paulowna, Wieringen, Oosterland, Den Oever, over de Afsluitdijk, Harlingen, Wijnaldum. Hoeveel kilometer? Ik weet het niet precies, het zal rond de honderdtien schommelen. 'Más o menos?', leerden wij - lang geleden - op Spaanse les.
In Wijnaldum heb ik domicilie voor een nacht bij de familie Witteveen gekozen. Niet roken in de woonboerderij aan de Haulewei, staat in het VodF-gidsje. Ben ik even blij, met dat niet roken. Ik zal uitgepuft arriveren en moeten wennen aan de Friese taal, op zijn minst aan het Friese accent, zo bleek mij door de telefoon. Hopend op een goed, stevig ontbijt wil ik mijn route de tweede dag langs de kust vervolgen, om bij het Lauwersmeer in het Groningse Leens aan te leggen. Daar zal de familie Van 't Foort mij voor 19.00 uur aan de Wilhelminastraat ontvangen, naar ik begreep is een restaurant aanwezig. De derde etappe moet mij na een nachtje slapen naar Leermens (Leerms) brengen, waar de Niemeijers, Joke en Peter (zouden zij Tanja kennen?), mij aan de Tuindersweg ongetwijfeld opwachten. Kunnen we vijf kilometer ten oosten van Loppersum niet alleen ons Duits, maar ook ons Portugees wat ophalen. Ik verwacht bij hun een mooi huis, maar ben niet van plan het te kopen, ook al staat het Funda-mentaal vermeld.
Tja, een derde nachtje in de jungle van het hoge noorden. En dan? Nou ja, Erna wil deze vrijheidsfietser ook wel weer in de Limmer bushbush terugzien, dus het zal nog een strijd tegen de klok worden om voor het weekeinde thuis te komen. Ik houd jullie op de hoogte van mijn avont(d)uren, ten tijde van of na afloop. Alvast proost met een heerlijke, heldere Heineken, ha ha.
Meer dan welkom in de prehistorie
Met de nog altijd zeer vitale Corien (81) zetten Erna (57)en ik (66)onze traditie van de laatste jaren voort: met zijn drietjes naar het hoge noorden. Deze keer is de keuze gevallen op het dorp Borger in Drenthe, de Hunebed Hoofdstad van ons land (HH blijft mij achtervolgen). Wij gaan erin juli een gezellig weekendje genieten.
Borger ligt op de Hondsrug, die zich van de stad Groningen tot in Zuidoost-Drenthe uitstrekt en bij Emmen zijn hoogste punt (32 meter boven NAP) bereikt. De rug vormt een scherpe grens tussen het Drents Plateau en het oerstroomdal van de Hunze. Tussen Borger en Gieten manifesteert de Hondsrug zich als een licht golvend en bomenrijk esdorpenlandschap, terwijl in oostelijke richting de Hunzelaagte er als een weids en vlak veenkoloniaal gebied uitziet.
In Borgerwonen ongeveer 4.800 inwoners (minder dusdan inLimmen), waarvan iets meer vrouwen dan mannen. Deze overge-emancipeerde onbalanszullen wijdoor ons bezoek dus niet verstoren,alleen maarversterken!Dit Drentse dorpstaat zeer bekend omzijn 'grootste hunebed van Nederland'. In de directe omgeving liggen nog twee van zulke prehistorische bouwwerken, in totaal zijn er in de buurt weleen stuk of zestien te vinden.Van een slaapplekje zijn wij dus verzekerd. Hunebedden behoren tot de duidelijkste bewijzen van prehistorische bewoning in Nederland. In Drenthe moeten er in totaal nog zo'n52 liggen. Ze zijn gebouwd door de eerste landbouwers, die zich vanaf 3500 voor Christus op de hoge zandgronden (o.a. op de Hondsrug)vestigden. In de omgeving van hun nederzettingen bouwden zij hun begraafplaats: het hunebed.
Wat vanuit onze slaapplekook zeker zal zijn: een bezoek aan het Hunebedcentrum, ontworpen door Aldo van Eyck. We snoven er de prehistorie al eens op, maar nu hetom de hoek ligt(hopelijk niet al te druk bezocht),inhaleren wehet Flintstone-tijdperkvast opnieuw. Het centrum was ooit een voormalig Armenwerkhuis, ook bekend als 't Flint'nhoes. Naast een uitgebreide tentoonstelling is er een nagebouwde prehistorische boerderij. Het grootste hunebed is met ruim 22 meter het langste van ons land.Deze erflater uit de prehistorieis al eeuwenlang een trekpleister, waar men tegenwoordig niet lang naar hoeft te zoeken. Talloze bordjes wijzen in de richting van de 'opmerkenswaardige steenen'. In 1823 schreef Jacob van Lennep (1802-1868), mij onder meer bekend van 'De Roos van Dekama': 'Wat langzamer kleedde ik mij aan, en te half vijf trokken wij noordwaarts op om het vermaardste der Hunnebedden te bezichtigen. Na lang zoeken vonden wij het: het is inderdaad door de bijzondere grootte, schikking en menigte der steenen zeer opmerkenswaardig'. Wij zullen in onze voettocht vanbijna twee eeuwen laterniet zo lang behoeven te zoeken.
Over schrijvers gesproken, grappig genoeg kent Borger erook een paar. Harm Tiesing (1853-1936) bijvoorbeeld, de Drentse volksschrijver en dichter, van wie een standbeeld in Borger staat.En kinderboekenschrijver/dichter Hans Heyting (1918-1992). Het begint op te vallen, daar is ie weer: HH. Ha ha.
Natuurlijk zullen wij de Drentse cultuur opzoeken. In Borger zelfis galerie 'De Omgeving' zo'n bestemming.In de nabije omgevingvormt keramiektuinengalerie 'Harwi' (20.000 vierkante meter kijktuin) zeker voor Ernaeen gewilddoel.
Omdat wij alledrie van wandelen houden, zit het er dik - en vooral hoog - in dat wij het 'Boomkroonpad' gaan betreden. Datmoet resulteren in125 meter topervaring op niveau! De start isin de worteltunnel van 23 meter lengte, als het ware wandelend tussen het ondergrondse bosleven door. Dan gaan wevia een wenteltrap over loopbruggen te voet door de boomtoppen (7,5 meter hoogte) tussen Borger en Rolde, om vanaf de uitkijktoren op 22,5 meter hoogteaan het eind een prachtig uitzicht over bosrijk Drenthe te beleven.
Poëtisch Drenthe, gezegend met een rijke cultuur en natuur. Wij voelen ons er als altijd meer dan welkom.
Limmen gebukt onder de bloem der bestuurders
Drijfnat zijn ze, zoals ik had voorspeld. De gemeentebestuurders van Castricum -in formele termen het College van Burgemeester en Wethouders - zijn door de mangel gehaald. Er is gehakt van de bloem van het dorp gemaakt. Zij hebben een ongekende knieval moeten doen, op advies van wat ik noemde het Tribunaal van Castricum.
Ik ben verheugd met de uitkomst en benieuwd naar de nieuwe B&W-besluitvorming.
Ik herhaal mijn eerder gedane uitlating: Vuilnisman, mogen deze zakken/bakken ook mee?
Graag verwijs ik jullie voor de saillante(re) detailinformatie naar het artikel op mijn blog www.petersamuel.blogspot.com: Tribunaal veroordeeltB&W: college drijfnat.
JanMulderhaalt het niet met zijn kritische kanttekeningen in DWDD. Hij is er niks bij, als je mijn 'uithalen' met de zijnevergelijkt. Ook die Groninger troef ik nog wel een keertje af, ha ha.
Aan oud-vakbondsman Rob, die mij graag voor het tribunaal ziet bungy jumpen, zeg ik dichterlijk: 'Haal Peter Samuel voor het tribunaal, hij gaat lachend met bestuurders aan de haal.'
Gauw lezen dus, daar is het Pinksterweekeinde het uitgelezen tijdstip voor (Uitgelezen?).
De knoop is doorgehackt: Cuba Libre
Met zo veel morele ondersteuning kunnen wij er niet onderuit. Wie (cub)A zegt, moet ook (cu)B(a) durven zeggen. Geen woorden, maar boeken. Gewoon doen, durven, doordouwen, daadkracht tonen. Een kwestie van het hacken van de knoop. Ons wacht een dik half jaar om naar een nieuw hoogtepunt toe te leven: een 16-daagse individuele rondreis ‘Cuba Libre'. Met de KLM vanaf Amsterdam naar Havana, één van de mooiste steden in het Caribische gebied.
Na aankomst en transfer naar ons hotel hebben we twee dagen om het antieke en gerenoveerde stadsgedeelte van Havana te verkennen. Één groot openluchtmuseum vol kleurrijke huizen, antieke auto's en sfeervolle pleintjes. De vriendelijkheid van de Cubanen moet onovertroffen zijn. Ik zie ons al een heerlijk glaasje lokale drank in het Havana Club Museum drinken, of een mojito in Bodeguita del Medio, de favoriete bar van Ernest Hemingway. Zit er ook een bezoek aan een wervelende Tropicana show in? Of de unieke ervaring van een rondrit door de stad in een oude Amerikaanse slee als taxi?
Op de vierde dag - enigszins geacclimatiseerd - halen we onze huurauto op om naar de schilderachtige havenstad Cienfuegos te reizen. Deze stad staat bekend om zijn suiker, tabak en rum. De schitterende ligging aan de Jagua-baai moet literaire verbeeldingskracht oproepen. Al wandelend door de brede straten van het historische centrum ontdekken we vast de paleisachtige huizen van vroegere plantage-eigenaren en ongetwijfeld het antieke theater.
Vervolgens slapen we twee nachten in Trinidad, dat we via de zuidelijke kust van Cuba bereiken. Trinidad is in 1514 door de Spanjaarden gesticht en door de UNESCO tot cultureel erfgoed uitgeroepen. Het moet zeker één van de mooiste steden van Cuba zijn, gekenmerkt door zijn vele pleinen en huisjes, die allemaal in de mooiste kleuren zijn geschilderd.
Na een weekje Cuba reizen we door naar Cayo Santa Maria. Een lange weg over het water verbindt het vasteland met verschillende eilandjes, waar we de kans lopen om flamingo's te zien, misschien wel ons vriendengroepje uit de Algarve. Op het vreedzame eilandje Cayo Santa Maria kunnen we op het oogverblindend mooie strand heerlijk tot rust komen. Genieten van de natuur en heerlijke strandwandelingen maken.
Dan laten we het romantische eilandje achter ons en reizen naar het schiereiland Varadero, waar opnieuw prachtige stranden ons verwelkomen. Hier leveren we onze huurauto in om voluit van ons strandverblijf te genieten. De beroemdste badplaats van Cuba wordt omringd door meer dan twintig kilometer wit strand en een kobaltblauwe zee.
Op dag 15 gaan we per collectieve transfer van Varadero naar de luchthaven van Havana. Als Fidel het goed vindt, vliegen we terug naar Amsterdam, waar we op dag 16 arriveren na een uurtje of tien in het luchtruim te hebben doorgebracht. Schiphol als eindstation van een ongetwijfeld bijzondere en enerverende vakantie. Sigaren, rum, mojito's en cuba libres, het leven is het waard om geleefd te worden.
NB. In de huurauto leggen we een goede duizend kilometers af, als volgt:
Havana - Cienfuegos circa 254 kilometer
Cienfuegos - Trinidad ' 81 kilometer
Trinidad - Cayo las Brujas ' 250 kilometer
Cayo las Brujas - Varadero ' 320 kilometer
Varadero - Havana ' 140 kilometer
(waarbij we er rekening mee houden dat we over een kilometer langer doen dan we in Nederland gewend zijn).
Zullen wij naar Cuba gaan?
De vraag houdt ons al enige tijd bezig. Als eilandliefhebbers hebben we ook Cuba op onze wensenlijst staan. Deze Koningin van de Antillen staat bekend om zon, strand en palmen, om sigaren en rum en om het blinkende chroom van oldtimers. En wat te denken van Cuba's opzwepende muziek, met de Buena Vista Social Club als aansprekend voorbeeld, en de mulattenmuziek son, de versmelting van Europa en Afrika op Cuba, verklankte rum die met de oren gedronken moet worden ...
Cuba moet anders zijn dan alle andere eilanden. Cuba splijt de gemoederen. Wil je dit ervaren, dan moet je de sprong naar het Cubaanse leven van alledag wagen. Kenners geven aan dat je er op tijd bij moet zijn, nog vóór het eiland volledig is vercommercialiseerd. Je moet er genieten van wat er voor je voeten komt, je laten verrassen door de tegenstrijdigheden. Droomstranden, koloniale stadjes uit een plaatjesboek en bizarre tot woeste landschappen tegenover het gewone dagelijkse leven. Het maakt je de ene keer aan het lachen, de andere keer brengt het je tot tranen. Hartelijke gastvrijheid, poëtische complimenten, ongekende levensvreugde en swingende Cubaanse ritmes. Daarnaast stroomstoringen, lange rijen, slechte service en vaak ook slecht eten. Bovendien een grote hoeveelheid half vergane en vervallen gebouwen, veel bemoeienis van de overheid en overal aanwezige revolutionaire leuzen.
Als geen ander eiland maakt Cuba ontelbare dromen los. Dromen van een paradijselijk eiland, van een subtropisch Hof van Eden. Hoe verschillend ook, alle standpunten over Cuba bevatten meer dan een kern van waarheid. De droomstranden en de gladde zee bestaan echt, de koloniale architectuur is daadwerkelijk imposant, de muziek is alom tegenwoordig en hangt als een permanente flonkering in de lucht. En de revolutie heeft waarachtig - zij het ‘slechts' voorbijgaand - wantoestanden uit de weg geruimd.
Maar Cuba zou Cuba niet zijn als het met deze ongecompliceerde waarheden genoegen zou nemen. Contrasterende elementen gaan er goed samen. Schaarste-economie en luxe hotels, zoele briesjes en orkanen, sovjetonderdelen in Amerikaanse oldtimers, lonen in peso's en luxe tegen deviezen, lege winkels en een florerende zwarte markt, Caribische zachtmoedigheid en bloedige opstanden ... De dagelijkse, weinig dromerige rit over de achtbaan blijft voor de Cubanen dragelijk en leefbaar door hun onverwoestbare humor, hun pakkende fantasie en hun sterke overlevingsdrang. Of wij als West-Europeanen in het wagentje kunnen blijven zitten? Eenmaal ernaartoe zal Cuba ons niet onberoerd laten, maar ...
Wij willen Cuba op onze eigen manier verkennen. Niet groepsgewijze, ook al is dat misschien veiliger (?), maar met zijn tweetjes op stap in een huurauto. Huurauto's schijnen verreweg de comfortabelste, tevens duurste mogelijkheid te zijn om het eiland te verkennen. Of dat echt zo comfortabel is, vraag ik mij op voorhand af. Het begint al met de verkeersregels, waarbij je met een aantal bijzonderheden rekening moet houden. Op drukke kruispunten hangt er bijvoorbeeld zo maar een enkel verkeerslicht, vaak boven het midden. Als je het al ontdekt, kom je bij het ontcijferen ervan in de problemen. En juist op dat soort kruispunten staan in Havana als het even kan de agenten, die overtreders snerpend achterna fluiten. Geef daar dan maar gehoor aan, anders ben je bij het inleveren van je huurauto behoorlijk veel duurder uit dan alleen de boete voor door rood rijden.
Op alle wegen in het land moet je rekening houden met grote, diepe gaten en kuilen in de weg. In de steden staan werkzaamheden aan de weg slechts summier aangegeven. In het donker moet je altijd bedacht zijn op voertuigen zonder verlichting. Talloze anarchistische fietsers hebben zeer zelden een werkende voor- of achterlamp en zij houden zich nooit aan eenrichtingverkeer.
De meeste steden, ook Havana, zijn 's avonds en 's nachts onverlicht. Voetgangers schuifelen in het donker over straat rond, de gaten in de weg - soms zo groot als een zwembad - ontpoppen zich als killers voor auto's en banden. Op het platteland, en zelfs op de uitvalswegen van Havana, vormen loslopende dieren, onverlichte auto's, vrachtwagens, tractoren en paard-en-wagens het grootste gevaar. Het belangrijkste hulpmiddel is de toeter. Cubaanse auto's, voor het grootste deel oude Lada's en door de verf bijeen gehouden oldtimers, hebben vaak defecte richtingaanwijzers en vrijwel nooit een zijspiegel. Daarom signaleert men elkaar met gebaren. De meeste chauffeurs laten hun linkerarm uit het raampje hangen. Een uitgestrekte arm met de handpalm naar onderen betekent ‘Let op, ik ga langzamer rijden' of ‘Ik ga stoppen' (Zo heb ik dat vroeger op de lagere school nog met fietsen geleerd). Een wijsvinger naar links wijst uit: ‘Bij de volgende mogelijkheid sla ik linksaf'. Wijst de vinger naar het dak van de auto: ‘Waarschijnlijk ga ik zo direct naar rechts' (?). Om het nog iets complexer te maken, respecteren de chauffeurs van de bussen die door de stad denderen deze tekentaal niet. Hen kun je dus voor alle zekerheid maar beter voorrang geven!
Voor de chauffeur van een huurauto geldt dat een goede wegenkaart, een uitstekend richtingsgevoel en enige kennis van het Spaans tot de vereiste uitrusting moeten behoren. Het autorijden zelf op de meestal lege wegen levert weinig problemen op, ontbrekende wegwijzers kunnen je echter tot razernij drijven. Vooral de autopista rond Havana schijnt vreselijk te zijn. Daarop is vrijwel geen enkele afrit aangegeven.
Parkeren is ook een ervaring apart. Waar je je auto ook neerzet, er zal altijd iemand uit het niets opduiken die je daarvoor een (converteerbare) peso uit je zak klopt. Betaal dit ‘beschermingsgeld' nu maar zonder morren - ook aan zelfbenoemde parkeerwachters - want beschadiging aan je huurauto kan je nog wel eens veel meer aan geld en zenuwen kosten ... Huurauto's vallen trouwens in het door oude vehikels en paard-en-wagen bepaalde wegverkeer bijzonder op. Ze zijn modern en dragen een rood nummerbord. Het is geen wonder dat zij een geliefd object voor kleine diefstallen zijn, zoals het meepikken van de buitenspiegel of een inbraak vanwege een zonnebril. Steeds vaker lijken ze ook het voorwerp van moedwillige vernieling te zijn. Regel één is dan ook: je moet niets in je auto laten liggen en je moet hem altijd op een bewaakte parkeerplek neerzetten. Gebeurt er dan toch iets, kost je dat wel veel tijd en zenuwen, maar heeft het géén financiële gevolgen. Je moet dan wel aangifte doen bij de politie en om een schriftelijke verklaring vragen dat je zelf geen schuld hebt. Doe je dat niet, moet je bij teruggave van de auto het volledige bedrag aan eigen risico betalen ...
Ik herhaal onze vraag: Zullen wij naar Cuba gaan? Willen we die ‘eigen' risico's nemen? Wegen de voordelen op tegen de mogelijke nadelen? Wie het weet, mag ons adviseren ...
Hotel New Hampshire's Twisted Mail
In het najaar van vorig jaar was ik met Erna naar New England in de VS, onder meer naar de staten New Hampshire en Vermont. Ik wilde John Irving opzoeken, die afwisselend in Vermont (USA) en Toronto (Canada) woont. Tijdens de Indian Summer verbleef Irving uitgerekend in Canada. Helaas. Hij is een van de populairste schrijvers ter wereld. Irving brak door met de inmiddels klassieke roman 'De wereld volgens Garp'. Sindsdien is elk nieuw boek van zijn hand een internationale bestseller geworden. Ik herinner mij 'De laatste nacht in Twisted River', zijn twaalfde roman, een van de krachtigste van deze absolute meesterverteller. Een ander hoogtepunt van zijn hand is 'Hotel New Hampshire', een hectische en bonte roman met de humor en verve van een film van de Marx Brothers.
Het voorjaar van 2012 heeft voor mij een verrassing in petto. Ik lijk per fiets op zoek te mogen gaan naar mijn schrijverstalenten. Hampshire Hotels nodigt mij daartoe in het Gelderse Putten uit. Ik ben overtuigd van mijn kunnen. En gesteund door mijn fans zeker van mijn succes. Weliswaar nog niet Irvings niveau, maar op weg, onderweg, on-the-road naar Hotel ‘Mooi Veluwe' midden in de natuur.
Begin vorig jaar (2011) gaf ik al blijk van mijn belangstelling voor de eerste Hampshire Fietstour. Toen bleef mijn aanmelding zonder succes. Een subiete afwijzing temperde mijn hoop en verwachting tot onder nul. Ik houd vol, en aan. Dit jaar levert mijn aanmelding een voor mij onverwacht positieve reactie op. Hoewel ik toch in mijn ogen een kort mailtje verstuur, geen bijlagen: 'Geachte mevrouw/meneer, Ik ben geen Hans Hendriks. Mijn PS allitereert niet met Hampshire Hotels. Toch wil ik mij - net als vorig jaar - aanmelden voor uw uitdaging om langs uw hotels te fietsen en daar een week lang over te schrijven. PS staat niet alleen voor een dagelijks Post Scriptum, maar ook voor mijn naam: Peter Samuel, leeftijd 66 jaar, verwoed fietser én schrijver (krantenstukjes, blog, in eigen beheer uitgegeven boek). Tot mijn vriendenkring behoren zeezeiler Henk de Velde en ultralangeafstandsloper Ron Teunisse, beiden ook avonturiers én schrijvers, en vooral inspirators. Ik ga uw uitdaging met genoegen aan, ben beschikbaar om in welke week ook spannende, frivole teksten te produceren. De lezers zullen uitbundig kunnen lachen, glimlachen en naar een Hampshire Hotel uitzien. NB. Onlangs was ik in New Hampshire, waar ik boeken van John Irving las (Hotel New Hampshire, Laatste nacht in Twisted River). Ik hoop op een positieve reactie, met vriendelijke groet, Peter Samuel' Een voor mij gunstig antwoord verwacht ik al niet meer, als dat toch mijn mailbox binnenrolt: 'Beste enthousiaste fietser, Onlangs heeft u zich opgegeven voor de fietstour van Hampshire Hotels. De oproep heeft meer dan 100 reacties opgeleverd met zeer uitgebreide motivaties, voorbeelden van verslagen en eerdere reiservaringen per fiets of te voet. Na een nauwkeurige behandeling van de vele aanmeldingen is een selectie gemaakt van 25 motivaties welke wij graag uitnodigen voor de tweede selectieronde. U bent één van de geselecteerden en wij nodigen u dan ook graag uit voor het volgende; Tweede selectieronde Hampshire Fietstour vrijdag 27 april a.s. Locatie: Hampshire Hotel - Mooi Veluwe Datum vrijdag 27 april 2012 Programma19:00Ontvangst met koffie/thee en iets lekkers Korte presentatie Hampshire Hotels metgelegenheidvoor vragen 19:30 Start speed date sessies 20:30 Einde speed date sessies, jury overleg 21:00 Bekendmaking geselecteerden + afsluiting methapje en drankje in de bar van het hotel Door het relatief grote aantal genodigden zullen wij de selectie in de vorm doen van speed date sessies. Alle geselecteerde deelnemers worden verdeeld over meerdere groepen waarna de jury zal rouleren. Hierbij zal de jury vragen stellen en is er ruimte voor interactie. Wij raden u aan om voor 27 april nogmaals te kijken naar de criteria zoals genoemd op www.hampshire-hotels.com/fietstour. De deskundige jury zal onder meer bestaan uit medewerkers van Hampshire Hotels, fietsprofessionals en journalisten uit de fietswereld. Graag vernemen wij of wij 27 april a.s. op uw aanwezigheid kunnen rekenen. U kunt dit laten weten door het liefst voor a.s. zondag 22 april een kort reply op deze mail te sturen. Wij kijken uit naar uw komst op vrijdagavond 27 april aanstaande.
Met sportieve groet, Commercieel team - Hampshire Hotels' Natuurlijk ben zeer ik vereerd als ik op vakantie in het Portugese Fuseta (Algarve) deze uitnodiging lees en herlees. Een tevreden gevoel trekt door mijn lijf. Erna en ik nemen er een slokje Portugese wijn op. En een tweede slokje. Dit is voor mij een uitgelezen kans op een schrijvende doorbraak. Zo'n mogelijkheid laat ik niet aan mijn neus voorbij gaan. Ik reageer onmiddellijk: | |||||||
Hiermede bevestig ik met genoegen op uw uitnodiging in te gaan. * * * * * * * * * * * * * * * Fietsestafetteleurstelling (bericht op Reismee-website) 28 april 2012 Een deskundige, professionele jury heeft beslotenkandidaat fietsjournalist Peter Samuel uit de strijd om deelname aan de Hampshire Fietstour 2012 te nemen. Dit tot fietsestafetteleurstelling van de betrokkene, die zich afvraagt welke criteria de jury heeft gehanteerd. Uit 25 kandidaten, waarvan 20 kandidaatstellen en 5 individuele kandidaten, zijn acht kandidaatstellen gekozen. Hampshire Hotels beschikt over 90 hotels met tweepersoonskamers. Nader verslag en uitleg over de sessie in Putten op de Veluwe volgt z.s.m. Niet geschoten is altijd mis. Goed geschoten is niet altijd raak * * * * ** * * * * * * * * * De beslissende vrijdagavond is enerverend verlopen. Hij eindigt voor mij dus in de Fietsestafetteleurstelling, die ik uit den treure uitgebreid heb beschreven. In mijn eerste uiting richt ik mij via http://www.petersamuel.reismee.nl/ onder deze 26-letterige titel tot mijn nieuwsgierig belangstellende supporters. Ik wil hen immers zo snel mogelijk van mijn ‘Verdriet van Putten' op de hoogte stellen. Ook zij kunnen niet geloven - lees hun reacties - dat de Hampshire-jury niet in mij gelooft. Marketing manager Iris van Hampshire Hotels deelt mee in die reacties op mijn Reismee-website: 'Beste Peter Bedankt voor je komst afgelopen vrijdag! Wij vonden het een erg geslaagde avond, altijd leuk om weer te zien hoeveel enthousiaste deelnemers er weer op de tour afkomen. Voor ons natuurlijk het lastigst om een selectie te maken uit zoveel geschikte kandidaten. De stellen zijn toeval, wij hebben naar ons inziens en ervaring n.a.v. de tour vorig jaar, de meest geschikte kandidaten uitgekozen. Uiteindelijk was iedere deelnemer die er vrijdag was (na selectie uit meer dan 100 inschrijvingen) op zijn/haar manier geschikt om deel te nemen, maar moet er helaas een keuze worden gemaakt. Wij hopen je desondanks nog te ontmoeten tijdens de tour, we nodigen je in ieder geval van harte uit om een etappe mee te fietsen! Met sportieve groet, Iris van Slooten, Hampshire Hotels' |
Ja, zo lust ik er nog wel een paar.
Ik schrijf mijn teleurstelling (en mijn onvrede) op mijn Reismee-webpagina in twee delen van mij af. Ongekuisd, naar eer en geweten. Vrijwel dezelfde tekst plaats ik op mijn weblog, dat te vinden is onder http://www.petersamuel.blogspot.com/. Daar voeg ik ter opfleuring een aantal foto's aan toe. Dat ‘leest' wat aantrekkelijker, hoop ik.
Daarmee meld ik mij bij marketeerster Iris, de spil in de Hampshire Fietsroute-as, de spaak in mijn wiel (al brengt zij háár verhaal lachend):
'Beste Iris,
Ik heb een verhaal geschreven: Eeuwige roem of fietsestafetteleurstelling?
Het staat in twee delen gesplitst op http://www.petersamuel.reismee.nl/.
Ik vermoed dat je dit al hebt gelezen.
Voor de volledigheid wil ik ook even melden dat hetzelfde verhaal op
http://www.petersamuel.blogspot/ staat, aldaar in geuren én kleuren, d.w.z.
doorkleurenfoto's ondersteund. Ik wil je graag uitnodigen om ook hier
met je collega's en met genoegen naar tekijken.
Zoals je uit mijn verhaal zult begrijpen was - ondanks de fietsestafette-
leurstelling - de belevenis van vrijdag en zaterdag j.l. voor mij een grootse
ervaring.
Ik blijf fietsen met veel plezier, ik blijf schrijven met veel plezier, en ik
ga de Mooie Veluwe nog beter leren kennen (op de fiets), zeker weten.
Met fietsgroeten,
Peter Samuel'
Ik ben benieuwd of hierop een reactie volgt.
Social media zijn snel, nietwaar?
Niet dus. Niks, nada, nothing.
Dan toch maar een prikkelend mailtje ter leringe ende vermaeck, een kleine moeite:
Van: | Peter Samuel ([email protected]) |
Verzonden: | vrijdag 4 mei 2012 7:47:18 |
Aan: |
'Beste Iris,
Wellicht heb je mijn blog(s) al gelezen, misschien ook niet.
Ik besef datmijn teksten niet (volledig) vleiend overkomen voor
Hampshire Hotels. Dat is niet mijn schuld, datheeft HHotels zelf
veroorzaakt.
Ik baal nog steeds ontzettend, mijn 'Fietsestafetteleurstelling'
is nog steeds groot (Giant). Zeer had ik mij op deelname ver-
heugd, mede omdat de Hampshire Fietstour mij op het lijf is
geschreven.
Waar ik zwaar de pest over in heb, is dat tijdens het spel de
spelregels zijn veranderd. Ik noteer uit de uitnodiging (van
18 april j.l.) voor de tweede selectieronde:
... Door het relatief grote aantal genodigden zullen wij de
selectie in de vorm doen van speed date sessies.
Alle geselecteerde deelnemers worden verdeeld over meerdere
groepen, waarna de jury zal rouleren. Hierbij zal de jury vragen
stellen en is er ruimte voor interactie ...
Zoals je weet, was ik aanwezig. Bij mijn weten
a. zijn de geselecteerden niet verdeeld over meerdere groepen;
b. heeft de jury niet gerouleerd, en
c. is er geen ruimte voor interactie geweest (in ieder geval niet
tijdens het juryverhoor!).
Er is geen sport ter wereld waar tijdens de wedstrijd de spelregels
veranderd kunnen/mogen worden, zonder dat dat (terechte) kritiek
oplevert. In deze kwestie zal ik wel de enige zijn, maar ik wilde dat
toch even expliciet van mij laten horen. Te meer omdat mijn troost-
prijs bestaat uit een uitnodiging om in de Fietstour een dagje mee
te fietsen. Een loos, onoprecht en eigenlijk impertinent gebaar na
een luide en duidelijke afwijzing door de deskundige, professionele
jury.
Je begrijpt, waar en in welk verband ook, ikvoel mij geroepen om
deze opgedane Hampshire-ervaring rond te bazuinen. Waar Hans
Hendriks c.s. voor de ene kant van de zaak kiest, voel ik mij geroepen
om via de andere invalshoek voor een beetje evenwicht te zorgen.
Met fiets- en schrijfgroeten,
Peter Samuel, Limmen (NH)'
Hampshire-manager Iris laat zich niet kennen en mailt mij haar reactie per ommegaande terug:
'Beste Peter,
Dank voor je mails. Helaas voorkom je niet dat er bij beslissingen mensen teleurgesteld zijn. Dat zou ik ook liever anders zien maar dat is niet te voorkomen. In onze perceptie hebben wij een oprechte en juiste procedure gevolgd. Jammer om op je blog alles te lezen maar hopen dat je ons en de fietsers in de gaten zult houden.
Ik wens je alle succes in de toekomt!
Groet Iris'
Tja, kleine hotels zijn groot waar grote hotels klein in kunnen zijn. Geen enkele inhoudelijke argumentatie in de tegenreactie. ‘Jammer om mijn blog te lezen, wél hopen dat ik HH en de fietsers in de gaten zal houden (?)'.
Ik zou zo niet durven reageren. Ik houd niet van willekeur in de macht. Ik houd van inhoud, van kennis van zaken, van deskundigheid, van eerlijkheid.
Als je een beslissing op basis van zuivere spelregels met objectieve maatstaven verklaart, dwing je GEZAG af. Ook dan resteren teleurgestelden, maar die hebben dan geen gegronde redenen tot mekkeren.
Beste Iris, ik weet niet wat mij toekomt bij jouw slotzin ‘Ik wens je alle succes in de toekomt!', maar ik denk dat ik ter 'leringe ende vermaeck' een slokje neem op de opgedane ervaring. Hiep Hiep Hoera, op je gezondheid: Hmmm, Heerlijk, Helder, Heineken. Op mijn succes, dat mij toekomt!
De komende zomer pak ik de fiets. Route 66 lijkt me wel wat, mijn leeftijd ten slotte. Daaraan gekoppeld Toronto bezoeken: om John Irving op de hoogte te brengen van mijn fietsavonturen. Wie weet zit er een nieuwe bestseller in.
Fietsestafetteleurstelling of eeuwige roem? (deel 2)
Het wordt steeds drukker in de ontvangsthal van het hotel annex restaurant. Gezellig druk, al kennen de binnendruppelaars elkaar niet. Heel snel wordt duidelijk dat het allemaal fietsspeeddaters zijn, mannen en vrouwen, vooral veel echtparen. Het gaat er informeel aan toe. Als fanatiekste oogt een kleine wielrenster, die op haar worldtravel-fiets is gekomen - door de transparante hotelwand zelf waargenomen - en in professionele fietsoutfit binnenstapt. Bij haar zit de biefstuk in haar wielerbroek. Zij is in haar eentje, uitzonderlijk, net als ik, ook apart.
Ik raak in een geanimeerd gesprek met een mevrouw die daartoe het initiatief neemt. Een lerares Nederlands, die heel graag fietst. Zij maakt een ietwat nerveuze indruk. 'Mijn man houdt niet zo van dit soort events. Hij houdt niet van fietsen, niet van vakantie, niet van gezellig kletsen. Maar hij is toch met me meegekomen. Ik ben benieuwd of wij uitgekozen worden. Ík zou het erg graag willen ...'.
Kwart over zeven. Marketing executive Iris van de hotelketen vraagt om de aandacht. De interactie tussen de deelnemers valt beschaafd stil, er wordt nieuwsgierig geluisterd. We zullen per kandidaat worden opgeroepen voor onze speed date, daarna gaat de jury in beraad en worden de gelukkigen bekend gemaakt. Volgens de spelregels zal ongeveer de helft van de 25 afvallen.
De wedstrijd tegen de jury begint. Vier jurykoppels van twee, maar je hoeft slechts één koppel te bestrijden. Je kunt een mannenkoppel of een mixed koppel treffen. Zou dat verschil maken? Bij welk duo heb je meer kans? Hoe maken ze - overall en after all - hun keuze, vraag je je af? En dan ook nog vanuit zo'n korte snelle ontmoeting? Jurywerk is nooit zuiver, altijd subjectief. Kijk naar turnen, kijk naar kunstrijden op de schaats, altijd levert de uitslag commotie op.
De tientallen fietsverliefden rumoeren opgewonden de hotellounge. De keurig geklede HH-juryleden laten zich om beurten zien om er een, meestal twee tegelijk dus, op te roepen. Tachtig procent is immers kandidaat-echtpaar. Het tijdschema raakt verder in de war, het is ook krap bemeten. Ik ontmoet twee jonge deskundige, professionele heren achter de tafel, managerial grimas als uitstraling. De managerial grid in optima forma, deskundig en professioneel. De kwalificatie staat in de uitnodiging, die verzin ik niet.
‘Ik fiets ze er zo uit', dringen mijn gedachten op, maar daar gaat het nu niet om. Zouden zij mij eruit fietsen? Mij, kandidaat numero Uno? Dat winnaarsgevoel hebben velen in de interactielounge mij meegegeven, sterker nog, opgedrongen. 'Hè, ben jíj níet uitgekozen???Hoe kan dat dan?'. Mijn teleurstelling is groot, ik had positieve verwachtingen. Aan gevergde criteria voldoe ik optimaal. Enthousiast fietser, gewaardeerd schrijver. Hampshires hoge heren en dames denken daar anders over. Uit een reeks van 25 kiezen zij acht echtparen. Ook de lerares Nederlands, met zonder man. Geen tien, geen twaalf, geen alleengangers, geen solofietsers. NEEN, ACHT échtPAREN. 'Dat is geheel toevallig', becommentarieert lady Iris mijn blog achteraf. Het zij zo. Zij voegt eraan toe dat ik welkom ben om in de zomer een etappe mee te fietsen. Voor mijn persoonlijke lol of voor Hampshire Hotels marketingleut?
De jury oordeelt, de jury heeft het voor het zeggen. Buiten kijf. Maar objectieve maatstaven? Kunnen verschillende juryduo's een eensluidende beoordeling aanleggen in wat heet ‘speed date sessies'? Ik dacht het niet. Ik dacht dat natte vingers om de hete pap roeren. Alleen dat woordgebrei al: speed date sessie. Wie verzint dát? Ware ik ‘Dictionarial Manager Executive' uit Hampshire, ware het gebruik verboden! What 's in a word - speed, sessie: in ieder geval geen succes, voor mij.
Op het moment dat ik aan de Garderenseweg arriveerde, zoemde het woord van het jaar door mijn hoofd. Fietsestafette. Als je dat geschreven ziet, leest het niet lekker weg. Fietsestafette gaat het niet worden. Fietsestafetteleurstelling gaat zegevieren. Ik geef toe, niet alle letters van het alfabet komen daarin voor, maar wel 26. Om met scrabbelen te winnen: dit woord van 26 letters. Of past dat niet op het scrabblebord? Drie keer de woordwaarde en de uitvinder komt in het Guinness Book. Fietsestafetteleurstelling. Het past precies op míjn bord, in míjn harde schijf.
Wil je weten wie er ook was? Zonder te hoeven speed daten: Hans Hendriks. Hij heeft automatisch een toegangskaartje toegewezen gekregen in het estafetteparcours van dit jaar. Dat wisten wij niet, dat kregen wij als onverwacht losse strofe te horen. Objectieve toelatingscriteria? Eerlijke spelregels? Wie jureert, mag het zeggen. Fietsestafetteleurstelling! (Ik ga er bijna van stotteren).
Waar de ‘winnaars' op de groepsfoto gingen - nee, geen fiets in beeld (de mijne leen ik nooit uit, ook niet als het niet gevraagd wordt) - dronken de afgewezenen hun teleurstelling weg en aten een bittere bal van een schaaltje. Ik proost op het verdriet van twee mit-einzelgängers. Zegt de ene (Groninger) tegen de andere (Belg): 'Is het jou ook opgevallen dat er allemaal echtparen zijn verkozen?' (hij slikt de ennen in zoals het Grunnings hoort). Ik neem een slok, de Belg en de Groninger heffen hun glas. De ene moet 157 kilometer naar huis, de andere 248. Niet op de fiets, zoals ik. 'Pas maar op voor de wilde zwijnen. Die zoeken de berm op om in het donker te wroeten'. Ik geef aan dat mijn koplamp functioneert, vooraf gecheckt. 'Ik zie hier al genoeg wilde zwijnen in de schijnwerper', had ik willen riposteren. Maar ik houd me in. Ik ga naar ‘huis', naar mijn Vrienden-op-de-Fietsvriendin, die zou opblijven. Al zou het héél laat worden, ook al heb ik de sleutel van haar huis in mijn achterzak.
We kletsen in haar huisje aan de bosrand nog lang en gezellig na. Er gaat niets boven huiselijk onderdak, daar kan geen hotel tegenop. Warme persoonlijke gastvrijheid is de allersterkste troef. Mijn Fietsestafetteleurstelling is snel doorgespoeld. Ik loop nog even naar buiten, kijk omhoog. Heldere Hemel. Ik ga naar mijn kamer, lees nog even, vaste gewoonte. Het geschenk van de voorbije boekenweek: Heldere Hemel (Tom Lanoye). De novelletitel reminds me of Hampshire Hotel, reminds me of Hans Hendriks. Wat is dat toch? HH, ha ha!
Een kort nachtje - vroeg en gezond weer op - brengt een prima ontbijt. Tobias is al uitgelaten, hij springt ook uitgelaten. Wat 'n lief beest, en je hoort hem niet. We nemen afscheid met een welgemeend tot ziens. Ik ga zeker terug. Om van de Veluwse natuur te genieten. Op de fiets, logerend op het mij bekende adres. Kijken of er veel fietsen geparkeerd staan op de sintels van Hampshire Hotel ‘Mooi Veluwe'.
Aan Iris' uitnodiging om alsnog spontaan met Hampshire's Fietsestafettetour 2012 mee te fietsen heb ik geen behoefte. De Hampshire Jury heeft zich luid en duidelijk uitgesproken. Niet voor mij, noch voor die andere solisten op twee wielen. NS brengt mij voorspoedig naar huis, langs de natuur van de Oostvaardersplassen. Ganzen, herten, paarden, runderen, ze staan alle in groepen bijeen, in hun eigen habitat. De omweg brengt me voor familiebezoek naar Lelystad. De treinen zijn leeg, mijn fiets vindt steeds een eersteklasplaats. Ik kan rustig zitten. De conducteur vraagt waar ik heb gefietst. 'In Putten op de Veluwe. Ik heb een nieuwe Vriendin-op-de-Fiets ontmoet. Zij noemt onze ontmoeting een ‘pareltje aan haar ketting'. Zij wel. Ik noem de trip toch een Fietsestafetteleurstelling. Dat is niet háár schuld, hoor', date ik er speed aan toe. Hij geeft mij mijn geknipte reisbiljetten terug.
Vanaf station Heiloo fiets ik in een koude, gure, herfstachtige wind naar huis. In Limmen zijn de Bloemendagen gaande. Bij mooi weer een prachtig feest, vooral langs de fietsroute. Honderden volgen het uitgezette parcours. Bijna net zo veel pakken hun heilige koe, om mozaïeken en fietsers te bezoedelen, te bedoezelen, te bedieselen. Ik rijd langs Hotel Heiloo. Huh? Hotel Heiloo? HaHa! Hampshire Hotels is niet uniek, net zo min als Hans Hendriks. Thuis krijg ik een glaasje rode wijn voor mijn neus, voor mijn lippen. Mijn huisreceptioniste lacht mij lieflijk toe. Erna is zij de allerliefste, daar heb ik geen jury voor nodig!
Eeuwige roem of fietsestafetteleurstelling? (deel 1)
Aan de vooravond staan twee gevulde fietstassen naast mijn rugzak. Een spannende dag wacht. Vol verwachting wil ik per spoor - fietsje mee - naar Hampshire Hotel ‘Mooi Veluwe'. Voor de tweede selectieronde van liefhebbers die willen Hampshire-Fietstoeren. Ik ook, als een van de 25 uitverkorenen, niet alleen in eigen ogen een zeer geschikte kandidaat. Een goede penvriendin mailt: 'Meedoen aan die fietsroute zou jij, Peter, zéker moeten mogen doen. Want als er één iemand is die op bubbeltjesbruisende wijze van zo'n tocht verslag kan doen, dan ben jij het. Met kop en schouders uitstekend boven andere bruisende lieden'.
Een fietsestafette - dit wordt hét woord van het jaar - langs vele Hampshire locaties in de zomer van 2012. Vereisten zijn passie voor fietsen en passie voor schrijven. De uitverkorenen mogen een week lang dagelijks van hun ervaringen kond doen. Hampshire Hotels wil creatieve, originele stukjes, positief van toon!
Hampshire Hotels wil veel voor een week onderdak. Minstens zeven dagen pittige inspanning van degenen voor wie voor niets de zon opgaat, zij het niet elke dag. Kandidaatseisen te over. Inspirerend. Energiek. Enthousiast. Creatief. Flexibel. Representatief. Prestatiegericht. Ze staan alle aantoonbaar op mijn lijf getatoeëerd. Dat vind ik, dat vinden anderen. Nu de jury nog ...
De laatste aprilvrijdag bestempel ik tot mijzelf-een-dagje-uit met vooraf besproken onderdak (zaterdag als terugreisdagje). Hampshire Hotel ‘Mooi Veluwe' in Putten ligt dwars: vol. Ik vind een idyllisch onderkomen aan Puttens boszoom in mijn ‘Vrienden op de Fiets'-bestand, mijn Fietsvriendendebuut. Niet pal naast de HH-hoteldeur waar ik tot in de late avond moet zijn, maar ik heb tóch mijn fiets bij me. Mij kan niks gebeuren.
Bij de start van huis (Limmen, NH) trap ik drie kilometer naar NS-station Heiloo. Mijn NS-dagkaart uit de aanbieding mag míj, en mijn fietsdagkaart mag mijn fíets met de Intercity van 10.01 uur richting Utrecht zoeven. Daarna overstap in keistad Amersfoort, vervolgens in een Sprinter richting Zwolle om naar Putten te spurten. http://www.ns.nl/ toont mij een reisschema tot op de minuut nauwkeurig met bijbehorende perrons en transfers. Ik besef over geruime reistijd te beschikken. Niks highspeed. Relax man! De verkiezingsavond vangt pas om 19.00 uur aan.
De Nederlandse Spoorwegen, NS. Om kwart voor tien ben ik tijdig op haar station. Om vijf voor tien krijgen andere reizigers en ik een boodschap door: circa tien minuten vertraging. Het klokje tikt gestaag. Tien minuten blijven op het bord tien minuten. Na een kwartier laat de omroepster weten dat het nog even gaat duren. TeN Slotte kruipt de geelblauwe rups tegen half elf naderbij. Vele reizigers lijken in verwarde staat.
Twee dames willen gaan wandelen, in Breukelen en Nigtevecht, langs de Vecht. 'Wij slapen in het Van der Valk Hotel in Breukelen. Dat ligt twee minuten lopen van het station. Maar welke trein wij nu moeten nemen?'.
'O ja, dat is dat grote Chinese hotel-restaurant, geloof ik. Deze trein is de uwe, ook de mijne. Veel plezier, mooie dag gewenst, dames'.
Ik zoek treindeuren met een fiets erop, hijs mezelf met m'n fiets naar binnen. Er staan drie tweewielers en twee bagagekoffers op wieltjes in de weg. Pfft, ik kan mijn kont niet keren. De conducteur fluit z'n deuntje, de deuren sluiten sissend automatisch. Ik zet mijn fiets ertegen en houd hem vrij stevig vast. Mijn fiets in vakantietijd, die ook fietstijd is. Houd ik mijn fiets staande, schuddebuikend over het spoor? Ja, eg wel! Ik laat hem nooit los, never nooit. Mijn reuze Giant Expedition is een lichtgewicht, I love him.
Net na station Amsterdam-Sloterdijk doemt onverwachte steun op. De speaker krakeelt: ‘Deze trein gaat niet verder dan Amsterdam Centraal. Daar kunt u overstappen op de door u gewenste bestemming. Denk om uw bagage'. Misschien kom ik er - aansluitend - beter voor te staan.
Als altijd is Amsterdam Centraal razend druk. Ik stoei mijn fiets trap af, trap op, van het ene naar het andere perron. Naar domstad Utrecht, door de treinfietsdeur, pfft, ik blijf fietsbewaker, steeds het zelfde verhaal: er staan er al twee! Op Utrecht Centraal is het niet anders. Catharijne bouwt Hoog om zijn station heen, het is ook hier als altijd een levendig tableau vivant. Ik ontwaar de trein naar Amersfoort, daar is ie eindelijk. Ik voel mijn fietskuiten, ze spannen in en aan, maar sjouwen gaat deze 66-jarige nog steeds goed af. De fietsdeuren blijven even openstaan, het treinschema loopt anders dan op internet, zie ik op mijn kladje. Twee Utreggers - eg wel - staan voor mijn neus, fotocamera in de aanslag. 'Goeiedáág', roep ik op z'n Rijk-de-Gooyers. Meteen beet, het zijn prettig gestoorde Utreggers, geen krengen van dingen, waor. Ze groeten amicaal terug. 'Foto van mij?', vraagteken ik. 'Nee, nee, er komt een bijzondere trein uit Duitsland aan, die auto's voor Pon Leusden brengt'. Dan sluiten de deuren. Ik versta niet meer wat voor speciale trein het is. 'Goeiedáág', poog ik nog tussendoor te brullen. Rijk de Gooyer, komisch.
In Amersfoort staan weer twee dames. Mij wordt vaak de weg gevraagd, ook nu. 'De trein naar Leeu-wárden, meneer?'. De klemtoon valt verkeerd. 'Ge komt uit Limburg, hoor ik', reageer ik met twee zachte g's. 'Wie sjeun us Limburg is, loop maar achter mij aan', zing ik op maat. 'Ik ga met dezelfde trein, tot Zwolle'. Dat laatste heb ik besloten, heus niet omdat de plaatselijke FC met kaalkop Jaap Stam kampioen is geworden. Ik heb tijd genoeg om Zwolle aan te doen en naar Putten terug te boemelen.
'We gaan er lekker even tussenuit', ventileert een van de dames in mijn richting. Ik manoeuvreer mijn fiets en mijn fiets mij. Station Amersfoort is ook weer zo'n druk knooppunt. 'We gaan via Harlingerhaven en nemen daar de boot naar Terschelling'. 'Mag ik mee?', knipoog ik de andere dame verleidend.
Net ná Amersfoort krijg ik mijn eerste kaartcontrole van de dag. Legitimeren hoeft niet, al staat het op de dagkaartprint. Mijn fietsdagkaart moet wél getoond. Van Amersfoort naar Zwolle, hoelang zal ik tegen mijn fiets hangen? Drie kwartier, een uur? Ik moet er wat voor over hebben. Waarvoor eigenlijk?
Tegen enen bereik ik Zwolle. Tegenover het station staan twee fietstaxi's met taxifietsers Marcel (0627077526) en Peter (0646579643). Ik raak aan de praat met hun,Fietsjoe. De binken toeren met een paar collega's de binnenstad rond. ‘Laat u op uw gemak langs de mooiste plekjes van Zwolle rijden. De tour duurt ongeveer een uur en kost dertig euro voor twee personen', zegt de flyer. Ik vertel Marcel en Peter, terwijl hun baas en eigenaar van ‘Fietsjoe' met de liefdestaxi arriveert, over mijn rondritten door het Noord Hollands duinreservaat met een echte riksja, eigenlijk een Indonesische becak. Fietsmie.'Zonder elektrische aandrijving, ruim een uur langs de allermooiste plekjes in de vrije natuur', schep ik op. 'Twee passagiers voor zeventien vijftig, geaccidenteerd terrein, Kruisberg als hoogste top'.
Ga ik Zwolle onveilig maken? Ach nee, ik stap op mijn reuze kameraad Giant en koers naar Wezep. Nostalgie van 45 jaar geleden: in het boemeltje met randstadmaten langs Veluwse legerplaatsen naar de kazerne in Kampen. Beste soldaat Samuel, registratienummer 460211458 -ik vergeet nooit cijfers -op weg naar de dubbele visgraatgraad van korporaal-hulpadministrateur (wie verzint zo'n rang?!), onder leiding van sergeant Peltzer, onze compagniescommandant. Biertje(s) in PMT en KMT, daar geloofden wij 's avonds heiligin. Het is nu overdag. Op mijn gemak pedaleer ik langs een in aanbouw zijnde oranje gouden koets, of wordt het een gouden oranje véhicule? Koninginnedag in aantocht, NS-station Wezep in zicht. Een jonge knaap in burger draagt twee camouflagetassen om zijn schouders. 'Vrij weekend?', nieuwsgier ik. 'Gelukkig wel', zucht hij. En hij lacht opgelucht. Ik pak de Sprinter van 14.26 uur via 't Harde, Nunspeet, Harderwijk en Ermelo naar Putten. Er staan, hoe blijft het mogelijk, vier fietsen in mijn weg, twee grotemensen- en twee kinderexemplaren. Maar de coupé is ruim, mijn reusachtige randonneur past erbij. Op de treden van de trap zitten vader, moeder, zoon Niek (ik schat acht?) en dochter Britt met dubbel t (ik denk zes jaar?). Zij hebben met opa en oma een weekje gefietst en zijn op weg naar huis in Utrecht, waar Niek voetbalt. 'Wie wordt er kampioen?', vraag ik hem. Hij kijkt mij aan, pa springt in, dan is hij zeker: 'Ajax!!!'. Ik vraag Niek en Britt of ze op de foto willen. Grááháág. 'Hoeveel hebben we deze week gefietst, Niek?', vraagt z'n moeder. '115 Kilometer' hoor ik onmiddellijk. 'En de langste afstand?'. '36!'. Niek glimt. Moeder is trots op haar zoon: 'Hij heeft wel eens op één dag 94 kilometer met ons gefietst'. Boink, dat ken ik net, denk ik. 'Goh, wat goed, Niek, vet cool!!!'.
In Putten bestudeer ik de plattegrond aan de andere kant van het spoor van aankomst. Bato'sweg om te slapen en Garderenseweg om te eten, drinken en (o)verhoord te worden. Ik print de beide routings op mijn netvlies, de bestemmingen liggen niet naast elkaar. Er zit zeven, acht kilometer fietsen tussen. Eerst maar slapen, besluit ik, ik bedoel mijn logies opzoeken. Bij een in de Vrienden-op-de-Fiets-gids vermelde ‘vriendin', die ik al telefonisch heb gesproken om te reserveren. Zij is niet thuis. Niemand lijkt thuis te zijn. Na wat dralen en rondneuzen komt Mattie uit de oosthoek tevoorschijn. Ze komt uit Vlaardingen, hoor ik. Zij woont achter op het erf en vraagt of ik een kopje koffie wil. 'Cappuccino?'. Daar houd ik van: 'Nou, graag, ik heb best trek'.
Na een kwartiertje leer ik Mattie een beetje kennen, zij mij een beetje. Ze woont heerlijk, maar verhuist binnenkort toch naar haar vriend in Nijmegen. Moeilijke keuze, oordeelt ze. Ik verhuis naar het andere huis op het erf, want oma Jannie is terug van haar wandeling met haar twee blaf- en blufgrage teckels. 'Mijn dochter Trienie is nog niet thuis. Zij woont dáár. Hier heb je de sleutel, je kamer is boven waar het bed is opgemaakt. Ontbijt is in het tuinhuisje. Trienie steekt morgenochtend vast en zeker het kacheltje aan. Ja, de houtjes zitten er al in, zie je. Gastvriendelijk, zo is ze. En je fiets kun je in die schuur zetten, doe maar wel op slot. Je weet nooit, 't is een mooie'.
Ik stap het leeg vermoede huis van Trienie binnen. Fox terriër Tobias bespringt en besnuffelt mij zonder enige kik te geven. Een lief, aanhankelijk beest, prachtig in zijn krulletjesvacht. Wit, bruin, grijs, zwart, als ik het goed heb onthouden. Ik ga naar mijn (!) kamer, doe mijn fietskleding uit en neem een douche. Als ik mij sta af te drogen hoor ik voetstappen. (Klein)dochter Lisette is thuisgekomen, wetend dat er een logé kan zijn. Zij is dus niet verrast als ik tevoorschijn kom. 'Hoi', zegt ze. 'Hoi', groet ik terug. We kletsen wat, dan kleed ik mij om. Nette(re) kleertjes, vanavond speed daten met de Hampshire-jury - managers executives, ME'ers-, dus dan weet je het wel. In uniform, deze in pakkie grijs, stropdassie, mantelpakkie. Of nie?
Op m'n gemak rijd ik eenzaam en alleen over het pad langs de Garderenseweg, die van Putten naar Garderen loopt. Een prachtige weg, af en toe scheuren auto's en motoren in ijltempo voorbij. Ik moet op huisnummer 154 zijn, Hampshire Hotel ‘Mooi Veluwe'. Mooi is de Veluwe, dat is zeker, zelfs langs deze autoweg met gescheiden fietspad. Ik zou zo de bospaden in willen slaan, de paden op, de lanen in. Ander keertje maar, bedenk ik, eerst de HH-entree zoeken. En ik heb best een beetje honger, sterker: lekkere trek.
Mijn Giant plaats ik naast de hotelingang, door de glazen pui in het zicht van de receptioniste. Zij vindt dat goed, lacht mij verleidelijk lief toe: 'Ik zal er nu en dan een oogje op laten vallen'. Ik heb het warm, ook van het fietsen. Ik neem plaats aan een tweepersoonstafeltje tegen de glazen ronding van de pui, naast een door een echtpaar bezet tweepersoonstafeltje. Het stel nuttigt zijn diner, vermoed ik, en dat vraag ik na een beleefd ‘bon apétit'. 'Het menubord hangt daar', wijst de dame mij. De heer heeft net een hap genomen. Het is half zes. Zouden dit ook Fietstourkandidaten zijn? Ik vraag het niet, ga zitten en bestel een heerlijk Brand-pilsje van de tap.
Mijn platgeslagen tweedelige biefstuk drijft in de pepersaus, die de verse sla op mijn bord verdringt, verdrinkt. Op hetzelfde bord ligt een aardappelsaladeberg met tonijn. Separaat wordt een kom frietjes geplaatst met een kop mayonaise, beide genoeg voor een hele familie. 'Mag ik nog een pilsje, alstublieft?'. 'Natuurlijk, meneer', lacht ze me weer toe. Ik ken haar van de receptie, en zij bedient ook. Een allround medewerkster, ik houd daar wel van. Van deze ook, letterlijk en/of figuurlijk. Maar ja, ik ben oud, en ben gelukkig getrouwd. Of niet dan?
(deel 2 volgt)